Jongleren en gezondheid

Over de werking van jongleren

Tag archief: hersenen

Het effect van jongleertherapie op angststoornissen

In Japan is door de afdeling Psychosomatische Geneeskunde van de Universiteit Kagoshima in 2006 onderzoek gedaan naar het effect van jongleertherapie op vrouwelijke patiënten met angststoornissen. De uitkomsten tonen aan dat jongleren effectief kan zijn bij de behandeling van angststoornissen.

Verschillende therapieën, waaronder psychotherapie en cognitieve gedragstherapie zijn beschikbaar voor de behandeling van angststoornissen. Hoewel er in het verleden weinig onderzoek is gedaan naar alternatieve therapieën, rapporteren een aantal recente studies over hun werkzaamheid bij patiënten met posttraumatische stressstoornissen (PTSS), algemene angststoornissen door middel van kruidentherapie, angst- en stemmingsstoornissen door middel van verschillende complementaire therapieën, angststoornissen door middel van yoga therapie, en angststoornissen door meditatie en ontspanning. Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) is een integrale psychotherapeutische aanpak die telkens als effectief wordt beoordeeld voor de behandeling van verschillende angststoornissen, zoals PTSS, paniekstoornissen en fobieën. Hoewel tegenstrijdige uitkomsten zijn gerapporteerd voor de werkzaamheid van EMDR, wordt de werkzaamheid van deze therapie als laag tot matig beoordeeld. Aanvankelijk kwam uit onderzoek naar deze therapie naar voren dat het snel bewegen van de ogen van de ene kant naar de kant storende gedachten en de daarmee samenhangende angst vermindert. Momenteel worden ‘rapid eye movement’ methoden soms vervangen door ‘soepele achtervolgende’ oogbewegingen en bilaterale stimulatie. ‘Soepele achtervolgende’ oogbewegingen, bilaterale tikken en bilaterale tonen zijn even effectief gebleken als snelle oogbewegingen.

Jongleren (otedama) heeft een 3000-jarige geschiedenis in Japan. Het kwam voor het eerst voor in de Nara en Heian periode (8e – 9e eeuw). Tot op heden blijft dit ‘spel’ groeien in populariteit. Een eerder rapport heeft aangetoond dat het jongleren met drie ballen de groei van de grijze stof in het midden van de temporale kwab vergemakkelijkt. Een ander rapport suggereert dat de midtemporale kwab betrekking kan hebben op expliciete conditionering taken. Fysieke beweging in de vorm van meditatie en yoga therapie kan angst verminderen door middel van ontspanning. Met betrekking tot angststoornissen stelt een rapport dat de temporaalkwab betrokken is bij het ontstaan van een paniekaanval. Deze bevinding suggereert dat visuele informatie over beweging en fysieke beweging het psychoneurologische netwerk kunnen verbeteren.

Het onderhavige onderzoek is de eerste poging om het therapeutische effect van jongleren op angststoornissen aan te tonen. De hypothese is dat jongleertherapie bijdraagt aan verlaging van angst van de patiënt door veranderingen in de verwerking van het emotioneel geheugen.

De proefpersonen in deze studie waren 17 vrouwelijke poliklinische patiënten met angststoornissen, die aan de diagnostische criteria van de DSM-IV voldeden (6 voor paniekstoornissen, 4 voor PTSS, 4 voor obsessieve-compulsieve stoornissen en 3 voor algemene angststoornissen (GAD). Geen enkele proefpersoon had een drugs- of alcoholverslaving, of een andere comorbiditeit. Alle proefpersonen werden behandeld met standaard psychotherapie, medicatie en begeleiding. Tijdens de 6-maanden durende studie periode werden anxiolytica en antidepressiva voorgeschreven, maar de doses werden tijdens de studie niet gewijzigd. In de laatste 3 maanden van de behandeling, werden de proefpersonen random verdeeld in twee groepen. De ene groep kreeg jongleertherapie en de andere niet. De proefpersonen in de jongleergroep werd het klassieke cascade patroon met balletjes aangeleerd. Ze oefenden ongeveer 5 minuten, tweemaal per dag. Het verschil in het therapeutisch effect werd geschat met behulp van scores op de State-Trait Anxiety Inventory (STAI), Profile Of Mood Status (POMS) en Franchay Activity Index (FAI), die afgenomen werden vóór de behandeling, na 3 maanden van de behandeling (vóór de jongleertherapie), en aan het eind van beide behandelingen (na 6 maanden). Betrekking tot de statistische analyse werden de psychologische test scores vergeleken met behulp van een ANOVA voor herhaalde metingen en de Scheffe’s post hoc toets. Alle resultaten werden beschouwd als significant (bij p <0,05). Er werden geen verschillen tussen de 2 groepen waargenomen met betrekking tot demografische kenmerken.

De angstscores in de jongleergroep waren sterker afgenomen dan in de niet-jongleergroep. Deze bevinding suggereert dat jongleertherapie angst kan verminderen door verwerking van visuele bewegingsinformatie (EMDR). Er is gerapporteerd dat oogbewegingen angst-herinneringen verminderen of de levendigheid van deze herinneringen. Dit effect kan bij de jongleergroep tot een snellere ‘oplossing’ van angst en emotionele nood hebben geleid dan bij de niet-jongleergroep. De activiteit van de voorste cingularis cortex (ACC) en laterale prefrontale cortex (PFC) is gewijzigd bij personen met een hoger angst niveau en de dorsale regio van ACC is gerelateerd aan interoceptief bewustzijn. Dus een verbetering op angstscores door middel van jongleren kan het gevolg zijn van dergelijke veranderingen in de verwerking van emotioneel geheugen en lokale hersenactiviteit.

Aan de andere kant kunnen jongleren of vergelijkbare lichaamswerk therapieën de toestand van de patiënten hebben vergemakkelijkt door middel van ontspanning. Van lichaamswerk therapieën, zoals yoga, meditatie en ontspanning, is gerapporteerd dat ze effectief te zijn bij emotionele controle. Een verstoorde beheersing van de aandacht bij de dreiging van angst is eerder gevonden, dus de lichaamsgewaarwording bij jongleertherapie kan hebben bijgedragen om de aandacht beter te beheersen en het homeostatische proces te ondersteunen, zoals EMDR. Sinds stemming scores, zoals verwarring en vermoeidheid, niet verbeterden, kan jongleertherapie een specifieke en beperkte invloed hebben op de activiteit van de hersenen, evenals andere alternatieve therapieën.

Het onderzoek kent een aantal beperkingen. Ten eerste is, omdat het aantal deelnemers klein was, een brede definitie van angststoornis gebruikt. Maar er is gerapporteerd dat een angststoornis samengaat met andere pathologieën. Ten tweede, het therapeutische effect is alleen geschat met behulp van psychologische testen, zonder beoordeling van de hersenfunctie. Hypo- in plaats van hyperactivatie van de PFC is gemeld bij PTSS patiënten tijdens de welbespraaktheid test. Daarom is verder onderzoek met behulp van MRI, PET en/of SPECT nodig om te onderzoeken welke locaties in de hersenen verantwoordelijk zijn voor het therapeutische effect van jongleren.

Het onderzoek heeft het angstverlagende effect van jongleertherapie bij patiënten met angststoornissen aangetoond. Jongleertherapie kan gemakkelijk worden uitgevoerd in combinatie met andere vormen van therapie voor patiënten met een verhoogde angstniveaus.

bron: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1876467

Jongleren maakt de hersenen zwaarder

 Hersenen van mensen die leren jongleren krijgen meetbaar meer grijze stof . Vooral de gebieden die de verwerking van de visuele informatie beheersen, worden tot procenten vergroot. In de bewegingscentra zijn geen wezenlijke veranderingen te zien.

Dit blijkt uit een onderzoek met een hersenscanner van de universiteit van Jena en Regensburg, dat is gepubliceerd in Nature. Volgens de onderzoekers is het voor het eerst dat wordt bewezen dat volwassenen menselijke hersenen nog in omvang kunnen veranderen, behalve dan door ziekten of ouderdom. Dat was tot nog toe alleen gezien in dierstudies.

De onderzoekers scanden het brein van 24 vrijwilligers driemaal bij aanvang van het experiment, nadat de helft had leren jongleren met drie ballen, en nog eens drie maanden later, toen de meesten het weer verleerd waren.

In de groep van twaalf jongleurs werd in de visuele centra bij de slaap en de linker frontale kwab gemiddeld 3 procent meer grijze stof gemeten dan bij niet-jongleurs. Na drie maanden, waarin de jongleurs niet meer mochten oefenen, verdween daarvan gemiddeld de helft weer. De hersenen van de niet-jongleurs bleven gedurende de proefperiode onveranderd.

Bron: Volkskracht 24 januari 2004

Wat is de betekenis hiervan voor het dagelijks leven?

De veranderingen kunnen volgens de wetenschappers het gevolg zijn van een toename van celproductie of door veranderingen in de verbindingen tussen de hersencellen. Dr. May die het onderzoek leidde, ziet zichzelf nu uitgedaagd om deze kennis nu toe te passen voor de bestrijding van ziekten.

Dr. Vanessa Sluming, docent in medische beeldverwerking aan de universiteit van Liverpool heeft eerder musici bestudeerd en gevonden dat zij meer hersencellen hebben dan niet-spelers. Zij geeft aan dat het onderzoek naar jongleren interessant is omdat het is uitgevoerd onder volwassenen die een nieuwe vaardigheid moesten leren in plaats van te kijken naar mensen die een vaardigheid als kind hebben geleerd. Maar ze tekent daarbij aan dat de onderzoekers alleen een tijdelijke toename hebben gevonden. Het zou interessant zijn om te weten hoe deze verkregen grijze stof kan worden behouden. Betekent dit dat je continu de verworven vaardigheid moet blijven praktiseren? Of heb je op een gegeven moment genoeg gedaan om het te behouden? Het onderzoek toont volgens haar aan dat hetgeen we in het dagelijkse leven doen niet alleen invloed heeft op hoe onze hersenen functioneren maar ook op de structuur op een microscopisch niveau.

Bron: http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3417045.stm

Beweging houdt het brein fit

Lichamelijke activiteit is goed voor het brein. Wie kent die reflexen niet, wanneer je bijvoorbeeld iets heets aanraakt? Op dat moment gaat er een signaal naar de hersenen. Die sturen op hun beurt pijlsnel een signaal terug naar de spieren: terugtrekken die hand! Zo’n beweging gaat bijna automatisch. Bijna niemand realiseert zich dat de hersenen de basis vormen voor het aansturen van de spieren. Reden genoeg voor de Hersenstichting om de Nationale Hersenweek in 2008 het motto Hersenen in beweging mee te geven.
Prof. dr. Peter Beek van de faculteit Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit was één van de sprekers tijdens de Hersenweek.

Uit onderzoek van de Universiteit van Dublin blijkt dat bewegen goed is voor het brein. Door [intensieve] inspanning komt in de hersenen een stofje in actie met de naam BDNF [Brain Derived Neurotrophic Factor]. Dat eiwit bevordert niet alleen de vorming van nieuwe hersencellen en de verbindingen daartussen, maar er gaat ook een preventieve werking vanuit: het helpt hersencellen te overleven. Zo heeft lichamelijke activiteit mogelijk een gunstig effect op het voorkomen van ziekten als die van Parkinson en Alzheimer.

Prof. dr. Peter Beek plaatst wel een kanttekening bij de relatie tussen hersenen en bewegen. Volgens hem is niet alleen lijfelijke inspanning belangrijk. Voor de hersenen is een combinatie van lichamelijke én geestelijke training, het beste.

Beek: “Die twee moeten samengaan of elkaar afwisselen. Allebei zorgen ze voor een continue reuring in het brein, waarbij cellen met elkaar wedijveren om bij een activiteit betrokken te raken. Onderzoek aan onder meer de VU wijst uit dat bij een hersenbeschadiging gedeeltelijk herstel kan ontstaan door zowel het lichaam als de hersenen te trainen. Wie een leven lang intensief heeft bewogen én gedacht, met een gezonde geest in een gezond lichaam, is bijvoorbeeld beter bestand tegen de gevolgen van een beroerte dan iemand die dat niet heeft gedaan.”

Volgens Beek hebben alle manieren van bewegen een positief effect op het brein, of het nu om voetbal, tai chi of dansen gaat. Bewezen is dat bewegen goed is voor bot- en spiercellen. Maar, zo blijkt uit onderzoek van het Salk Instituut in Californië, bewegen heeft waarschijnlijk ook een gunstige uitwerking op zenuwcellen. Momenteel doet onder andere het Universitair Medisch Centrum te Utrecht hier nader onderzoek naar. Eén ding staat vast: dagelijks komen er nieuwe hersencellen en verbindingen bij en worden er oude opgeruimd.

“Het brein is geen statisch geheel zoals lang werd gedacht,” zegt Beek. Sommige cellen zijn succesvol en gaan een functionele eenheid vormen, andere cellen bezwijken. Deels hebben we zelf in de hand hoe onze hersenen zich ontwikkelen. Je bent hoe je beweegt, zal ik maar zeggen. Het brein is qua structuur een optelsom van de dingen waartoe we ons hebben gezet. Om een leven lang te kunnen leren, zijn de hersenen voortdurend in ontwikkeling.”

De hersenen hebben verschillende functies. Evenwicht, coördinatie en concentratie zijn de belangrijkste. Door middel van oefeningen kunnen we deze hersenfuncties trainen. Zo zijn wandelen en nordic walking [langlaufen zonder sneeuw], effectieve middelen om te werken aan meer balans. Van wandelen is al aangetoond dat het helpt tegen depressies. Ook jongleren is goed voor de hersenen. Dat blijkt volgens Beek uit onderzoek aan de Duitse Universiteit van Jena, waarbij 24 studenten in twee groepen waren verdeeld.

“De eerste groep leerde drie maanden lang jongleren, de tweede groep ging gewoon naar college. Van alle proefpersonen werden voor en na het leren de hersenen gescand, en bij de tweede groep waren geen veranderingen waarneembaar in het brein. Bij de jongleursgroep daarentegen bleek zich meer grijze stof in de hersenen te bevinden; het deel van het centraal zenuwstelsel dat de neuronen [zenuwcellen] bevat.

De kersverse jongleurs gingen handiger om met de verwerking van visuele informatie, zoals het inschatten van afstanden bij het gooien van ballen. Jongleren blijkt dus goed voor het vergroten van inzicht. Bovendien prikkelt het het voorstellingsvermogen, net als musiceren, schilderen en borduren, ook vaardigheden waarbij precieze handcoördinatie samen gaat met concentratie.

Binnen de hersenwetenschap wordt de laatste tijd veel studie gedaan naar taken die met twee handen worden uitgevoerd [bimanuele coördinatie]. Interessant is dat de bewegingen van de handen niet onafhankelijk van elkaar geschieden, omdat de hersenhelften elkaar beïnvloeden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het “spiegelbewegingeffect”, wanneer een jong kind een éénhandige taak moet uitvoeren. Heeft het in allebei de handen een balletje vast, en moet het in één ervan knijpen, dan zal het meestal automatisch ook in het andere knijpen.

Beek: “Dat is een uiting van communicatie tussen de hersenhelften. Om een dergelijke taak te kunnen uitvoeren, moeten je hersenen deze beïnvloeding leren onderdrukken. Kinderen kunnen dat pas vanaf een jaar of tien, wanneer de verbinding tussen de hersenhelften is volgroeid. Doordat die helften niet onafhankelijk werken, zijn taken waarbij de handen elk een eigen beweging uitvoeren meestal lastig. Denk aan met beide handen een ander ritme drummen of verschillende ruimtelijke figuren maken.”

De handen gelijk op en neer bewegen, en recht tegen elkaar in, zijn bimanuele taken die de mens bevallen. Met andere patronen hebben we meer moeite. Onze hersenen zoeken een bepaalde eenvoud. Dat neemt niet weg dat we zelfs moeilijke taken, zoals jongleren, toch kunnen aanleren. Al is het maar omdat onze hersenen erom vragen.

Bron: Algemeen Dagblad, 26 april 2006

Jongleren is goed voor samenwerking L+R hersenhelft

We verwaarlozen vaak onze rechter hersenhelft. Maar hoe kan je die rechterkant van je hersenen wat meer te gaan gebruiken? Want als onze twee hersenhelften even hard inzetten en samen laten werken, zorgt dat voor de grootste capaciteiten en de beste resultaten. Een heel goeie en leuke manier om je twee hersenhelften te laten samen werken is jongleren.

Met drie ballen jongleren is veel minder moeilijk dan het lijkt. Als je elke dag een paar minuten oefent, heb je het binnen enkele weken onder de knie. En je zal merken dat het heel leuk is om te doen.

Hoe begin je eraan? Wel, eerst zoek je drie ballen om mee te jongleren. Ideaal zijn echte jongleerballen (vind je in de betere speelgoedwinkel) maar het kan bijna even goed met tennisballen, stressballetjes of bijvoorbeeld sinaasappels. Die laatste eet je natuurlijk best op na je oefensessie, want in het begin zullen je jongleerballen vaak op de grond vallen.
Je begint best met één en daarna met twee ballen te oefenen. En daarna pas met drie.

Waarom is jongleren nu zo goed voor onze hersenen? Wel, dat komt omdat de rechterkant van ons lichaam door de linkerkant van onze hersenen wordt aangestuurd en omgekeerd. Als je bijvoorbeeld met je rechterhand een beweging maakt, zal het je linker hersenhelft zijn dat aanstuurt. En zet je je linkervoet vooruit, is het je rechter hersenhelft die je zenuwen en spieren prikkelt.

Als je jongleert, maak je met je rechter- en linkerarm dezelfde bewegingen. Om deze ritmische en gespiegelde bewegingen goed te kunnen uitvoeren moeten je linker en rechter hersenhelft dezelfde signalen uitsturen én moeten ze samenwerken. Je rechter hersenhelft wordt dus wat meer gestimuleerd zodat je twee hersenhelften even hard werken. En er ontstaat een soort communicatie tussen je twee hersenhelften. Dat zorgt voor een optimaal gebruik van je hersenen waar je het effect nog een tijdje van kan voelen.

Jongleren is dus ideaal als korte pauze tijdens het studeren of werken. Want je zorgt ervoor dat je twee hersenhelften weer wat beter samen kunnen werken. En dat zorgt voor de optimale combinatie van logica en gevoel, analyse en synthese, structuur en creativiteit.
Veel jongleer-plezier!

Bron: onbekend

De hersenen jongleren graag

Jongleren is een circuskunst. Echter, stelselmatig jongleren stelt ons in staat om onze hersenen te ontwikkelen, onze concentratie en coördinatie te verbeteren, en helpt ons om een goede lichaamshouding te behouden.

Elke keer als we thee drinken, onze schoenen aantrekken of de trap aflopen, staan we er niet bij stil hoe ingewikkeld de bewegingen die door ons lichaam worden uitgevoerd, zijn. We stellen alleen vragen over de precisie en perfectie van bewegingen wanneer we geweldige shows van kunstschaatsers, acrobaten of jongleurs bewonderen. Hun vaardigheden lijken onmogelijk voor gewone mensen, maar het blijkt dat vrijwel iedereen deze onder de knie kan krijgen. Bovendien toont neuropsychologisch onderzoek aan dat zulke schijnbaar rare en nutteloze vaardigheden zeer gunstig voor ons zijn.

Een ongewone ontdekking
Een team van wetenschappers van de Universiteit van Regensburg, onder leiding van Bogdan Draganski, heeft een experiment uitgevoerd waarvan de resultaten beroemd zijn geworden in de wereld van de neurowetenschappen. Onderzoekers verdeelden de proefpersonen in twee groepen. De eerste groep moest in een periode van drie maanden met drie ballen leren jongleren voor ten minste een minuut. De tweede groep onderging deze training niet. De onderzoekers hebben de hersenstructuren systematisch gescand met behulp van Magnetic Resonance Imaging (MRI) om beide groepen te vergelijken. Ze waren op zoek naar veranderingen in de grijze stof van de hersenen als gevolg van de regelmatige jongleer training. Na drie maanden zagen de onderzoekers bij de hersenen van de jongleergroep een significante toename van het volume van de grijze stof in de omgeving van de linker posterieure pariëtale cortex (gebied 3) en aan beide zijden van het midden-temporele deel van de hersenen (gebied 2). Deze gebieden zijn gespecialiseerd in onder andere de verwerking en het opslaan van informatie over hoe we voorwerpen waarnemen en anticiperen op hun beweging.

De resultaten van het experiment zijn om tenminste twee redenen interessant. Allereerst bewijst dit dat ontwikkeling van de hersenen mogelijk is, niet alleen tijdens onze kinderjaren, maar ook gedurende de latere fasen van ons leven. Ten tweede kan zich door zelfs schijnbaar zinloze oefeningen, zoals jongleren met drie ballen, hersenweefsel ontwikkelen op een soortgelijke wijze als gewichtheffen onze spieren ontwikkelt . Het is duidelijk dat deze waarnemingen van belang zijn voor de herstelmogelijkheden en de wederopbouw van beschadigd hersenweefsel tijdens tragische ongelukken of ziekten.

Rat race en hersen abracadabra
De resultaten van Draganski en zijn team bevestigen de bevindingen van eerder onderzoek naar samenhang tussen het gedrag van dieren en de ontwikkeling van hun hersenen. Marian Diamond van de Universiteit van Californië toonde aan dat ratten die in kooien vol met planken, trappen, en loopwielen leefden, een beter ontwikkeld netwerk van celverbindingen in de visuele cortex hebben dan ratten in lege kooien. Bovendien ontdekte Carl Cartman, een andere onderzoeker van de Universiteit van Californië, dat de hersenen van ratten die in loopwielen worden gehouden, een verhoogde hoeveelheid neurotrofinen produceren, dat zijn eiwitten die verantwoordelijk zijn voor de differentiatie en de groei van hersencellen en verbindingen tussen de neuronen. Deze resultaten suggereren dat de rijkdom van iemands ervaringen de ontwikkeling van iemands hersenen positief stimuleert.

De hersenarchitectuur van jongleren
In het experiment van Draganski zijn veranderingen waargenomen in die delen van de hersenen (de zogenaamde “geavanceerde perceptieve verwerking” gebieden) die verantwoordelijk zijn voor het opmerken van voorwerpen en het anticiperen van hun beweging. Een training van drie maanden stimuleerde de ontwikkeling van deze gebieden, die een nauwkeurige ‘beweging-ruimte’ kaart voor een bepaalde taak genereren. Echter, deze gebieden zijn verantwoordelijk voor slechts een fragment van de activiteit van de hersenen die nodig is voor jongleren. De extreme complexiteit van jongleren kan goed worden geïllustreerd met het aantal hersendelen dat bij jongleren betrokken is. Om de beweging van ballen in de lucht te coördineren, moeten onze hersenen de positie van de handen, het hoofd en het gehele lichaam plannen. Deze functies worden beheerd door de prefrontale cortex (gebied 1). Dit is de plaats waar het actieplan wordt gemaakt en waar het hele proces van jongleren wordt gecontroleerd. Dat is mogelijk dankzij een synthese van perceptieve gegevens (gebied 2) en informatie over de positie van het lichaam (gebied 3). Het totale plan voor de bewegingen wordt vervolgens doorgegeven aan de premotorische cortex (gebied 4). Tot de verantwoordelijkheden van dit gebied behoort ook de eerste fase van de verwerking van alle gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van een actie. Net als bij het piano spelen of het eten van een hamburger, is bij het in de lucht houden van drie ballen een complexe sequentie van bewegingen vereist. De coördinatie van deze reeks wordt beheerd door de zogenaamde aanvullende motorische cortex (gebied 5). Dan is de “goede jongleur” aan de beurt, dat is de motor cortex (gebied 6). Dankzij dit deel van de hersenen is de hele truc is mogelijk. Ook wordt een belangrijke rol in het hele proces ingenomen door de basale ganglia (gebied 7) en de kleine hersenen (gebied 8). De basale ganglia zijn voornamelijk verantwoordelijk voor het creëren van de opeenvolging van jongleerbewegingen, terwijl het cerebellum ons toelaat om onze balans te houden tijdens het jongleren, onze oogbewegingen te controleren, de volgorde van de bewegingen te programmeren en routine te brengen in de oorspronkelijk veeleisende en zeer complexe werking van het jongleren. Als de kleine hersenen zijn beschadigd dat kan een aanzienlijke vertraging bij het vangen van de ballen worden waargenomen. Dat heeft te maken met moeilijkheden bij het verplaatsen van de aandacht van de ogen van de ene bal naar de andere. De resterende delen van deze hersenpuzzel worden ingevuld door de hersenstam (gebied 9) en het ruggenmerg (gebied 10). Deze gebieden zijn verantwoordelijk voor het aansturen van de spieren die deelnemen aan het jongleren, de spierspanning en een juiste houding.

 Jongleren is voor iedereen
Psychologisch onderzoek ondersteunt de stelling dat jongleren gunstig is voor de hand-oog coördinatie, het gevoel voor ritme, de reflexen, het evenwichtsgevoel en een goede houding van het lichaam. Daarom is het niet verwonderlijk dat psychologen steeds vaker jongleren aanbevelen als een behandeling bij vele stoornissen. Bijvoorbeeld het Centre for Dyslexia, Dyspraxia and Attention Disorder (DDAT) in Kenilworth (Engeland), heeft in haar therapieën verschillende oefeningen opgenomen, zoals het vangen van ballen, jongleren en het balanceren op de rola-bola (een plank op een buis). Onderzoek uitgevoerd door Carole Smith suggereert dat jongleren – en de daaruit voortvloeiende verbeteringen in de hand-oog coördinatie – bijdragen aan de ontwikkeling van lees- en schrijfvaardigheid.

Ook veel leraren in Polen zijn overtuigd van de positieve effecten van jongleren. Zij moedigen kinderen aan om mee te doen aan verschillende ongebruikelijke activiteiten, die in het algemeen als circus pedagogie worden bestempeld. Door het leren van jongleren, acrobatische stunts, clownerie en pantomime, worden kinderen bewust van hun lichaam, worden ze de opeenvolging van complexe bewegingen meester en trainen ze hun concentratie.

Jongleren wordt nog steeds populairder onder volwassenen die in persoonlijke ontwikkeling geïnteresseerd zijn. Sinds het begin van de jaren 1980 worden managers en werknemers van bedrijven geleerd te jongleren tijdens bijeenkosten en workshops die gewijd zijn aan persoonlijke ontwikkeling, time management en projectmatig werken. In vele organisaties, zoals Bell Labs, Microsoft, Apple Corporation of Massachusetts Institute of Technology, zijn er actieve jongleer clubs. Steeds meer en vaker worden jongleer vaardigheden als vereiste gezien voor leidinggevend personeel. Het is ook vermeldenswaardig dat het werkwoord “jongleren” ook het vermogen om tegelijk met verschillende problemen om te gaan, kan betekenen. Het gooien van ballen kan dan ook als een prachtige metafoor gezien worden voor het realiseren van verschillende projecten tegelijk. Net zoals het toevoegen van een extra bal vraagt om een totale reorganisatie van het bewegingsverloop, dwingt de invoering van nieuwe taken ons op een vergelijkbare manier om het huidige plan van aanpak aan te passen.

Jongleren bleek ook een succesvolle manier om het stressniveau te verlagen. Jongleren introduceert een ontspannen staat van concentratie, waarin lichaam en geest op hetzelfde moment actief en in rust zijn. Een toenemend aantal artsen en therapeuten erkent de therapeutische waarde van jongleren. Carl Simonton, een arts en psycholoog, introduceerde jongleren bij patiënten in een van de ziekenhuizen in de VS als een manier om te ontspannen. Hij is van mening dat jongleren een goede therapie is om te voorkomen dat iemand zich met triviale zaken bezighoudt. Echter, bewustzijn van de gunstige gevolgen van het jongleren is niet genoeg om jongleren onderdeel te maken van onze dagelijkse activiteiten op school of werk. Afgezien van een goede leraar, duidelijke instructies, vastberadenheid, en een paar minuten vrije tijd, is het noodzakelijk om het vooroordeel te overwinnen dat jongleren alleen geschikt is voor straatgoochelaars en niet voor gewone mensen. Het is beter om dit vooroordeel te vervangen door een ander: een goed ontwikkeld stel hersenen, dat is te moeilijk voor mij. Je zult zien dat het veel gemakkelijker is om je van dit tweede vooroordeel te ontdoen. Veel succes bij je jongleer training!

Auteurs: Mirosław Urban, Paweł Fortuna, Piotr Markiewicz
Eerder gepubliceerd in Characters – Polish Psychological Magazine, 2005 nr. 5
Bron: http://benefits-of-juggling.blogspot.com

Jongleren traint heel het brein

Jongleren heeft diverse voordelen, zowel in fysiek als sociaal opzicht. Wanneer het ingevoegd wordt in het lesprogramma, kan het ook positieve effecten op de schoolprestaties van leerlingen hebben. Hieronder worden maar liefst 15 voordelen toegelicht.

1. Jongleren oefent en integreert de linker en rechter hersenhelft
Wanneer je voor het eerst leert jongleren, dan breek je het leerproces op in kleine stappen. Je gebruikt dan volgens psychologen je linker hersenhelft, de logische, analytische en smal gerichte aandacht kant. Als je eenmaal hebt geleerd te jongleren, dan ga je meer de rechter hersenhelft gebruiken, de kant die meer intuïtief en holistisch is. Wanneer dit gebeurt, wordt jongleren meer een automatisme en werkt het ontspannend. Sommigen noemen dit bewegingsmeditatie. De afwisseling van beweging van de linker en rechterkant van het lichaam verandert letterlijk onze focus van rechts naar links en omgekeerd.

2. Onderzoek heeft relatie tussen hand-oog coördinatie en schrijf- en leesvaardigheid aangetoond
Scholen geven les in jongleren om theoretisch onderwijs te ondersteunen. De ogen bewegen van links naar rechts en vice versa, en de beweging verbetert concentratie, stimuleert het doorzien van opeenvolgende reeksen en vergroot het kunnen volgen van dingen met de ogen.

3. Onderzoek heeft aangetoond dat de verbindende cellen in de hersenen altijd kunnen aangroeien
Zenuwcellen zijn bestemd om door nieuwe prikkels gestimuleerd te worden waardoor een rijke hersenstructuur wordt opgebouwd. Het leren van nieuwe dingen creëert een reserve van samengepakte connecties die ons gedeeltelijk beschermen tegen celverlies zoals bij de ziekte van Altzheimer het geval is. Onderzoekers zeggen dat de hersenen het meeste baat hebben bij het leren van exotische en ongewone dingen. En wat is meer exotisch dan jongleren?

4. Jongleren is een opsteker voor het zelfvertrouwen
Jongleren geeft kinderen en volwassenen een tastbaar bewijs van een prestatie. Wanneer leerlingen in staat zijn om voor volwassenen en andere leerlingen op te treden, dan neemt het de zelfvertrouwen een hoge vlucht. Het feit dat we iets niets hebben geleerd dat tot voor kort nog onmogelijk leek, leidt er toe dat we nog eens met een andere blik naar dingen kijken waarvan we dachten dat we het niet konden. Het werpt nieuw licht op al onze overtuigingen over wat mogelijk is.

5. Leerlingen die regelmatig energiek bewegen pakken theoretische taken daarna beter op
In het lesprogramma kunnen pauzes worden ingeroosterd die door de leerlingen zelf ingevuld worden. Omdat elke leerling in zijn eigen tempo werkt, met z’n eigen materiaal en in een omgeving die inspanning en prestaties beloond, is de activiteit heel veilig en niet storend.

6. Jongleren maakt van iedereen een deelnemer
We hebben de neiging om onszelf vanaf het 12e jaar in te delen bij toeschouwers of deelnemers. Bij jongleren speelt iedereen mee. Jongleren is niet competitief wanneer het individueel wordt gedaan en vraagt om samenwerking wanneer twee of meer mensen samen iets doen. Voor veel volwassenen is het de eerste fysieke vaardigheid die ze sinds lange tijd weer leren.

7. Jongleren is leuk
Vanuit een spelsituatie hebben mensen altijd het beste geleerd. Jongleren haalt mensen uit hun mentale ‘groeven’ en helpt ze om open te staan voor nieuwe ideeën en mogelijkheden.

8 Jongleren biedt een effectieve ‘hersenpauze’ die vergelijkbaar is met ‘er een nachtje over slapen’
Jongleren wordt in het bedrijfsleven gebruikt om de creativiteit te vergroten en als innovatieve methode bij het oplossen van problemen.

9 Jongleren activeert de hersenen
Een groot deel van de leerlingen hangt thuis alleen op de bank voor de tv en op de meeste scholen slapen ze in de schoolbanken verder. Jongleren krijgt leerlingen in beweging waardoor ze veel zuurstof in hun hersenen krijgen.

10. Iedereen kan meedoen
Jongleren is een activiteit waarin zowel mannen als vrouwen expert kunnen worden en waarbij grootte en kracht geen voordelen zijn. Iedereen kan deelnemen, zelfs degenen die gewoonlijk door atleten genegeerd worden. Omdat jongleren een individuele sport/kunst is, is het moeilijk om negatieve vergelijkingen te maken over de vaardigheden van anderen. Lof is onderdeel van het proces.

11. Jongleren is een geweldig model voor het leren in het algemeen
We leren jongleren door het oprapen van de ene gevallen bal na de andere. Het is niet door succes, maar door de vele kleine foutjes (gevallen ballen) dat we het leren. We leren van die kleine foutjes en blijven het proberen tot we het onder de knie hebben. Door te jongleren leren we dat we met oefening, geduld en volharding grote dingen voor elkaar kunnen te krijgen.

12. Voor jongleren is weinig ruimte nodig
Leerlingen hebben niet meer ruimte nodig dan hun eigen schoollokaal en misschien een klein gedeelte van de gang of een deel van het schoolplein, wanneer het stadium van de jongleerdoekjes voorbij zijn. Volwassenen kunnen discreet naar een rustig deel van het kantoor gaan en daar rustig oefenen met jongleerdoekjes. Het benodigde materiaal kan gemakkelijk meegenomen worden.

13. Jongleren heeft een grote spin-off naar het leren van andere fysieke vaardigheden
Veel atleten hebben geleerd dat jongleren hun reflexen en ruimtelijk bewustzijn verbetert, evenals hun nauwkeurigheid bij het gooien, vertrouwen bij het vangen en het intern beleven van schoonheid en ritme.

14. Jongleren verruimt de mogelijkheden van het onderwijsprogramma
Jongleren is niet alleen voor atleten en kunstenaars. Iedereen is een leerling omdat er altijd nog meer te leren valt. Iedereen kan een onderwijzer worden en leerlingen groeien door volwassenen hun nieuw verworven kunsten te leren. Daarom leren leerlingen als ze bij het onderwijsprogramma worden betrokken, veel meer dan wanneer ze alleen door een leraar worden onderwezen.

15. Jongleren is een perfecte metafoor voor het leven in het algemeen
We worden continu gevraagd om meer projecten, prioriteiten en mensen ‘in de lucht te houden’. Leren jongleren is een perfecte manier om de stress van onze mentale balanceer kunsten te verlichten.

Bron: ‘Juggling and whole brain training’ van Laurie Young en Kay Caskey (Laughter works)

De voordelen van het leren jongleren bij kinderen

Dave Finnegan is jongleur en antropoloog en heeft verschillende boeken geschreven over jongleren en de impact daarvan. In dit ‘klassieke’ artikel gaat hij in op de voordelen van het inpassen van jongleren in het onderwijs. 

Voordelen op het gebied van conditie, motorische vaardigheden, balans en coördinatie

Leerlingen kunnen beginnen met het verwerven van pre-jongleer vaardigheden in de basisschool door te leren gooien en vangen van grote, kleurrijke, langzaam bewegende nylon doekjes. Zodra het gooien en vangen routine wordt, kan je voor de meeste spelletjes, waarvoor je normaal een balletje of pittenzakje zou gebruiken, een nylon doekje gebruiken. Denk maar aan het doekje als een “bal met zijwieltjes.”

Het jongleren met doekjes vordert stapsgewijs van één, naar twee, naar drie. Het gooien van doekjes vereist grote, vloeiende bewegingen. De kinderen krijgen een grote cardio-vasculaire en pulmonale impuls wanneer ze met doekjes jongleren; ze activeren de grote spieren dicht bij het hoofd en het hart. Ze vinden het jongleren met doekjes een hele klus maar beleven er tegelijkertijd veel plezier aan. Zodra ze doorstromen naar pittenzakjes, balletjes of andere snel bewegende voorwerpen, zijn ze niet alleen in beweging zijn door het gooien, maar ook door het bukken om de gevallen voorwerpen op te rapen. Zodra een leerling echt kan jongleren, kan die gaan ‘trainen’ met zwaardere of omvangrijkere voorwerpen zoals zware ballen, basketballen of andere voorwerpen die kracht vergen terwijl ze ook aandacht en beweeglijkheid verbeteren.

Het gooien en vangen kan op muziek worden gedaan. Je kunt verschillende soorten muziek gebruiken om kinderen een gevoel voor ritme en een natuurlijke ‘beat’ bij te brengen. Door te laten overgooien, kunnen de leerlingen aan een groepsactiviteit deelnemen waarbij concentratie en aandacht nodig is en het ritmegevoel versterkt wordt.

Terwijl leerlingen leren jongleren, leren ze tegelijkertijd ook balanceren. Het is van vitaal belang om kinderen de kans te geven om zowel hun dominante als niet-dominante hand te gebruiken. Bij jongleren gebeurt dit automatisch. Vanaf het allereerste begin moeten de ogen de voorwerpen volgen en overschrijden ze voortdurend de grens tussen linker en rechter blikveld. Tweehandigheid is van vitaal belang om echt te jongleren. Jongleurs worden grotendeels tweehandig en dit is gunstig voor leerlingen wanneer ze aan andere sporten deelnemen.

Als het jongleren beter gaat, zullen ook de gooi- en vangvaardigheden verbeteren evenals de hand-oog coördinatie. Leerlingen die leren jongleren, zullen ook andere vaardigheden gemakkelijker verwerven, gedeeltelijk als gevolg van verbeterde reflexen en de hand-oog coördinatie, en deels omdat ze hebben geleerd om te leren. Ze verkrijgen hun jongleervaardigheden stap voor stap en dit kan als voorbeeld dienen om te begrijpen hoe ze andere vaardigheden kunnen verwerven.

Voordelen voor gedrag, omgang met anderen en houding

Een klassikaal jongleer programma geeft docenten extra controle over het gedrag van de kinderen. Zodra pauzes om te jongleren zijn ingeroosterd, kan het een krachtig hulpmiddel worden om de aandacht van leerlingen voor een taak en de sfeer in de klas te verbeteren. Vooral fysiek actieve leerlingen zullen voorstander zijn van jongleer pauzes. Deze groep bevat waarschijnlijk de leerlingen met de grootste gedragsproblemen. Deze leerlingen kunnen wellicht uitblinken in jongleren, waar ze niet kunnen uitblinken op school. Zij hebben behoefte aan pauzes om te bewegen en zullen het meest profiteren van het jongleren.

Jongleren geeft leerlingen een manier om met elkaar communiceren door samen aan een groepstaak te werken, door vaardigheden uit te wisselen en door elkaars vooruitgang te volgen. Ze krijgen aandacht van familie en vrienden als ze hun vaardigheden laten zien En ze krijgen respect en maken nieuwe vrienden wanneer ze die vaardigheden aan anderen onderwijzen. Zoals een leerkracht eens opmerkte: “We hebben veel nieuwe kinderen op deze school. Ze kijken naar het jongleerprogramma, raken er betrokken bij en hebben meteen vrienden. Het is geen trucje, het is gewoon een prachtige manier om het gevoel van eigenwaarde te verbeteren. Door dit programma hebben wij een grote groep kinderen kunnen doorleiden naar de middelbare school … “

Leerlingen die het stap-voor-stap leersysteem van jongleren begrijpen, doen het goed in al hun andere vakken omdat ze niet ontmoedigd raken. Ze verbeteren hun houding ten opzichte van het leren van nieuwe vakken en het verwerven van nieuwe vaardigheden. Ze aarzelen niet om uitdagingen aan te gaan, net zoals zij de uitdaging van het leren jongleren hebben aanvaard. Deze houding van vertrouwen en acceptatie van risico’s geeft de leerlingen die betrokken zijn bij een jongleerprogramma een zekere voorsprong op degenen die dat niet zijn.

Wanneer leerlingen zover zijn en met succes optreden voor volwassenen of andere leerlingen, neemt hun gevoel van eigenwaarde enorm toe. De sleutel tot een verhoogde zelfwaardering is de realisatie van je eigenwaarde, en niets brengt kinderen hier dichterbij dan lof en applaus van leeftijdsgenootjes en volwassenen. Een facet van het jongleerprogramma is dat iedere leerling voortdurend aan vrienden en ouders kan laten zien wat het kan. In het programma wordt de leerlingen ook de mogelijkheid geboden om jongleervoorstellingen te organiseren waardoor de podiumpresentatie van de leerlingen en de cohesie op de school verbeteren. Het verbeterde zelfbeeld leidt tot meer inzet voor zowel motorische als intellectuele uitdagingen, waardoor een zichzelf versterkend systeem wordt gecreëerd.

Leerstijlen en het stimuleren van het leerproces

Scholen zijn in toenemende doordrongen van het feit dat leerlingen tal van uiteenlopende leerstijlen hebben. Toch vinden nog veel leraren het moeilijk om te werken met diverse stijlen, met name die het verst van hun eigen stijl afstaan. Het is interessant dat de leerstijlen waarmee de zeer verbale en ‘bureaugerichte’ leerkrachten het moeilijkst mee kunnen werken in het traditionele klaslokaal, de stijlen zijn die het eenvoudigst zijn toe te passen in een jongleerprogramma. Ruimtelijk georiënteerde leerlingen visualiseren graag jongleerpatronen.  Ze leren goed met video’s en houden er van om de jongleerpatronen te doorgronden met behulp van hun ‘innerlijk oog’. Muzikale leerlingen genieten van het ritmische karakter van jongleren. Lichamelijk en kinesthetisch georiënteerde leerlingen waarderen de mogelijkheid om in beweging te komen op een georganiseerde manier, de interactie met de ruimte en verkrijgen kennis door middel van lichamelijke gewaarwordingen. Sociaal gerichte leerlingen houden van de mogelijkheden van het uitwisselen, vergelijken, verbinden en samenwerken dat jongleren, en uiteindelijk een uitvoering, biedt. Zelfs naar binnen gerichte leerlingen kunnen betrokken raken bij jongleren als ze alleen kunnen werken, hun eigen doelen stellen, hun eigen interesses nastreven, en werken in hun eigen tempo en ruimte.

Het is zeker opmerkelijk dat leerlingen die goed zijn in logica en wiskunde, al lang geassocieerd worden met jongleren. Wetenschappers en onderzoekers die werken met computers, en met name wiskundigen, zijn oververtegenwoordigd bij de beste jongleurs. De deelnemers van jongleerfestivals hebben vaak een wetenschappelijke graad. Bell Labs, Microsoft, MIT, Stanford en Apple Corporation hebben allemaal al jarenlang een jongleerclub. Zelfs het internet heeft een enorme interesse in jongleren laten zien. Al meer dan 55.000 mensen hebben de jongleerinformatiedienst op internet bezocht. Dit is ongetwijfeld te wijten aan het experimentele karakter van de kunst, waar beoefenaars patronen en relaties moeten uitvinden, werken met numerieke concepten, vragen stellen, complexen problemen verkennen en deze logisch oplossen.

Zelfs taalgerichte leerlingen kunnen worden betrokken bij jongleren, als zij er vroeg genoeg mee in aanraking komen Er is voldoende werk voor ze te doen in het presenteren of het vastleggen van de geschiedenis van de kunst. Poëzie of het vertellen van een verhaal bij het jongleren kan de manier zijn waarop deze ‘woordspelers’ kunnen worden betrokken.

Het lijkt riskant om dertig leerlingen los te laten in een klaslokaal met negentig voorwerpen (of meer) in de buurt om ermee te gooien, maar het tegendeel is waar. Jongleerbewegingen zijn klein en heel geconcentreerd. Leerlingen moeten enige zelfdiscipline hebben om goed mee te doen en leren al snel dat het jongleren beter gaat als ze zich beheersen. Geconcentreerd gedrag wordt automatisch beloond met succes. Het stap-voor-stap paradigma dat gebruikt wordt om te leren jongleren, kan gebruikt worden door de leraar als een model voor het leren van elke vaardigheid of vorm van discipline die dezelfde strategie vereist.

Voordelen op academisch terrein

Onderzoek heeft aangetoond dat er een directe relatie bestaat tussen hand-oog coördinatie en het vermogen om te lezen, schrijven en redeneren. Er zijn sterke aanwijzingen voor een relatie tussen jongleren aan de ene kant en lezen, wiskunde, schrijven en andere persoonlijke gebieden aan de andere kant. Het meest overtuigende bewijs voor een relatie komt tot nog toe naar voren uit het werk van dr. Carole E. Smith, specialist in lichamelijke opvoeding, Haar werk laat zien dat door te leren jongleren zowel het schrijven als de leesvaardigheid verbetert. Haar onderzoek bevestigt het gedachtegoed van Maria Montessori en Jean Piaget, die beiden de hypothese hadden dat grove motoriek en de tactiele sensatie cognitief leren bevorderen. Als elke leerling leert om te jongleren in de basisschoolleeftijd en ze voortdurend beloond worden om hun jongleervaardigheden te verbeteren, dan moeten hun academische prestaties dienovereenkomstig verbeteren.

Onderzoek toont ook aan dat als leerlingen regelmatig opstaan en energiek bewegen, ze theoretische vakken weer fris oppakken en dan beter leren. Wanneer jongleren als centraal thema wordt gebruikt, kan een klassikaal fitness programma in de pauzes door de leerlingen zelf worden opgezet en geleid. Omdat elke leerling in z’n eigen tempo werkt, met z’n eigen materiaal, en in een omgeving die prestatie en inspanning beloont, is de activiteit volledig veilig en zal deze niet verstorend werken. Jongleren is als het hebben van een rechter hersenhelft pauze in een linker hersenhelft dag’. Het is ‘low-impact aerobics’, waardoor de grote spieren dicht tegen het hoofd en het hart ritmisch en energiek geactiveerd worden, zodat bloed naar de hersenen gepompt wordt.

Een groot deel van de kinderen komt als ‘hangjongere’ naar school en de typische schoolomgeving maakt een ‘brave stilzitter’ van hen. Door het creëren van een verbinding tussen de school en de gymnastiekzaal of speeltuin, kan de leraar de leerling zien als een heel persoon, niet alleen als een ‘leerhoofd’. Vaardigheden kunnen worden geleerd die elke dag gretig op school zullen worden beoefend en elke avond en in het weekend thuis. Het is een leeractiviteit waar je je hele leven lang mee bezig kunt blijven. Jongleren brengt geen teamsport of competitie met zich mee. Het gaat om individuele vaardigheden en samenwerkingsactiviteiten die door de leerlingen in hun eigen tempo worden ontwikkeld.

Als leerlingen worden betrokken bij het onderwijs en evaluatieproces, leren ze veel meer dan wanneer ze gewoon onderwijs van een leraar krijgen in een vaardigheid of onderwerp. Het jongleerprogramma van Dave Finnigan is ontworpen om te worden ingeleid door een leraar, maar wordt beheerd door de leerlingen zelf. Het is niet nodig dat de leraar ook weet hoe je moet jongleren, maar dat zal bijna altijd het geval zijn, ongeacht wat de eerdere ervaring van de leraar met fysieke activiteiten is. Er zijn verschillende instructievideo’s voor kinderen die afgespeeld kunnen worden waardoor leerlingen direct mee kunnen doen met de kinderen op de video. Dit onderwijsprogramma voor kinderen bevat het formuleren en monitoren van doelen, waarbij leerlingen elkaars vooruitgang op een leuke en ongedwongen manier kunnen evalueren. Er zit geen negatief stigma op falen in deze evaluatie. Omgekeerd is er een grote mate van positieve beloning die inherent is aan samenwerken, doorzettingsvermogen, en het uiteindelijk verwezenlijken van de doelstelling. Discipline en regelmatig oefenen zijn natuurlijke resultaten van het proces, net zoals wanneer een groep vrienden elkaar uitdaagt om te leren skateboarden, frisbee gooien of hacky-sack spelen. Leren jongleren maakt gebruik van een stap-voor-stap zelfregulerend probleemoplossend systeem met automatische beloning op alle niveaus van prestatie.

Er zijn geen verliezers in dit proces, alleen maar winnaars!

Omdat je alleen stap voor stap kunt leren jongleren is jongleren is een geweldig model voor leren in het algemeen. Jongleervaardigheden nemen continu toe en leerlingen kunnen hun vorderingen zien en waarderen alsook de vordering van anderen vanaf de eerste les. Het is een activiteit die deelnemers onmiddellijk beloont voor oefening waarbij de opbrengsten rechtevenredig zijn met de duur en de kwaliteit van de inspanning. In dit verband is jongleren net als het oefenen van lezen, spelling of wiskunde. Op dit cumulatieve stapvoor stap leerproces kunnen leerlingen herhaaldelijk worden gewezen.

Leraren zouden jongleren en theorie in de volgende projecten met elkaar in verband kunnen brengen:

1. Het lezen van of maken van verslagen van boeken over het circus of de geschiedenis van het jongleren. 2. Het bijhouden van een dagboek van prestaties en records, waarbij wordt ingegaan op de frustraties en vorderingen. 3. Het uitzenden van leerlingen naar andere, nabijgelegen scholen om daar andere leerlingen te leren jongleren. 4. Het uitzenden van leerlingen naar bijeenkomsten in de wijk of van het onderwijs om ze daar te laten optreden. 5. Het deelnemen aan een jongleerfestival met de hele klas 6. Het maken van een excursie naar een circus om daar achter de schermen jongleurs te ontmoeten. 7. Het organiseren van jongleer spelletjes op de jaarlijkse sportdag. 8. Het maken van video ‘Hoe leer je jongleren?’ als klassikaal of individueel project.

En waarom zou je niet een eigen onderzoek doen naar de relatie tussen jongleren en lezen, gedragspatronen en andere zaken? Kijk of het lezen beter gaat als leerlingen zich beter kunnen concentreren en bij hun taak kunnen blijven. Je zult een daling van storend gedrag zien en verrast zijn om te ontdekken dat je beste jongleurs niet noodzakelijkerwijs de meest atletische leerlingen zijn. En je dacht dat jongleren iets was dat je alleen in het circus zag…

 

Bron: The benefits of learning to juggle for children

Jongleren en stress

Er zijn verschillende manieren om stress te definiëren, zoals de medische definitie: “een stressvolle situatie is er een die je niet met succes het hoofd kan bieden, of waarvan je gelooft dat je die niet met succes aan kan, en dat leidt tot ongewenste fysieke, mentale of emotionele reacties.”
De vage definitie: “stress is een reactie van mensen op eisen die aan hen gesteld worden.”
De metaforische definitie: “stress is als zand in een motor. De machine kan gaan werken, maar tegen veel hogere kosten en ongenoegen.”
De kritische definitie: “stress is het onvermogen van iemand om te gaan met dingen waar niemand een tweede gedachte aan zou besteden.”
De humoristische definitie: ” Naar het toilet gaan bij iemand anders thuis en merken dat het niet goed doorspoelt.”

Wat je definitie van stress ook is …. alleen die telt. Het is immers jouw eigen definitie waar je mee moet omgaan. Let niet op wat boeken of experts erover zeggen!

Heel vaak is, als we aan stress lijden, onze eerste gedachte om even afstand te nemen van de situatie, persoon of de betrokken activiteit. Tenzij we weggaan en echt iets ongezond doen (zoals een sigaret roken, valium slikken of flinke borrel nemen), streven we een effectieve korte termijn oplossing voor stress na. Het is voor de korte termijn, omdat we ingaan op de gevolgen van stress en niet op de oorzaak ervan. En het is misschien niet volledig effectief, omdat het oorspronkelijke probleem (of tenminste onze perceptie van het probleem) nog steeds in onze hart en geest rondcirkelt…. en we het niet van ons af kunnen zetten.

Hier komt de waarde van het ‘verschuiven van de aandacht’ naar voren. Als we onze aandacht kunnen afleiden van datgene waardoor we onder druk staan en/of aan stress leiden, dan biedt dat ons een waardevolle time-out. Tijdens deze time-out kunnen we onze interne batterij weer opladen en vervolgens terugkeren naar de oorspronkelijke situatie, klaar om daar mee om te gaan of vanuit een ander perspectief te benaderen. Het ‘juiste’ perspectief, is voor velen de sleutel tot het omgaan met stress.

Een traditionele methode om de aandacht te verschuiven is het schaapjes tellen. Helaas is deze methode geassocieerd met bewoners van psychiatrische inrichtingen en vereeuwigd in meer dan een rock song. Jongleren als een methode om de aandacht te verschuiven is echter veel effectiever (en nog veel effectiever als je een bedreven jongleur bent).

Het is niet zozeer dat je je moet concentreren op het jongleren met uitsluiting van al het andere. Anders zouden overgooi patronen onmogelijk zijn. Het gaat er meer om welke delen van je geest actief zijn als je jongleert.

Als je leert jongleren, is het de linkerkant van je hersenen die al het werk doet. Want het is dit deel dat zich bezighoudt met procedures, logica, getallen, wiskunde en ga zo maar door. Je bent heel erg bezig met waar de bal is, waar die vandaan komt en waar die naartoe gaat. Soms is je linker hersenhelft in paniek (herinner je die sensatie?) wanneer een bal op weg is naar een hand die al een bal heeft. Instinct kan het dan gemakkelijk overnemen en de hand gooit de bal zomaar ergens heen om ruimte te maken voor de volgende bal.

In deze fase van je ontwikkeling als jongleur kan van alles je afleiden…. en laat je veel vallen. ‘Mills Mess’ werpt een lange schaduw vanuit de toekomst vooruit en ‘Rubinstein’s Revenge’ lijkt een andere dimensie.

En op een dag gebeurt er iets. Het is moeilijk te beschrijven. Je beseft plotseling dat de “cascade” lukt en dat jongleren niet meer zo moeilijk is als je dacht.. En dan …. is er een soort van een mentale klik… en kun je door de cascade heen kijken, bijna zonder dat er nog wat op de grond valt. Die mentale klik treedt op wanneer het neurale proces van jongleren overschakelt van de linker- naar de rechterhelft van je hersenen. Je bent nu een rechter hersenhelft jongleur!

De rechter hersenhelft is het creatieve, fantasierijke deel. Het is betrokken bij foto’s, patronen, samenvattingen en begrippen. Het is de rechter hersenhelft die je in staat stelt om met drie (of vier, of vijf) ballen innovatief te zijn zonder dat je je veel zorgen hoeft te maken over wat de procedure is en waar een bal naar toe gaat. Het is de rechter hersenhelft die je in staat stelt om een serie van ingewikkelde trucjes te doen en een ontspannen gezichtsuitdrukking te houden in plaats van een gedwongen blik van concentratie en/of paniek. Nieuwe (linker hersenhelft) jongleurs haal je er altijd zo uit … ze zien er zo ernstig en bezorgd uit.

Als je nieuwe truc leert, begint het hele proces opnieuw. Het begint als een linker hersenhelft oefening bij het uitzoeken van wat er gebeurt, waar en wanneer. Wanneer je het kunt (en het goed kan) treedt de mentale klik op en is de nieuwe beweging voor eeuwig opgeslagen in je rechter hersenhelft (in theorie althans). Soms wordt een nieuwe truc zo zeer een rechter hersenhelft ervaring dat je vergeet dat je die kan. Soms komt een andere jongleur naar je toe en laat een nieuwe truc zien. “Geweldig! Laat eens zien hoe dat moet.” Na veel inspanning en uitleg wordt de nieuwe truc mentaal vastgelegd in de linker hersenhelft, alle bewegingen, worpen, vangsten en tijdsinstellingen. Hé! Het gaat heel goed! Dan dringt het vreselijke besef door: “Ik heb dit al eens eerder gedaan! Ik heb het vandaag eigenlijk al meerdere keren gedaan vóór die jongen kwam met de nieuwe truc …. Wat is er gebeurd is dat mijn linker hersenhelft niet heeft herkend wat vertrouwd is in mijn rechter hersenhelft? En mijn rechter hersenhelft heeft het niet herkend, omdat het de nieuwe beweging op een totaal andere manier ziet dan mijn linker hersenhelft. Verbaasd? Precies! Kan je je, zonder te gluren, herinneren waarmee dit artikel begon? Nee … ik ook niet.

En er is meer …. Een ander deel van je linker hersenhelft controleert de motorische functies van de rechterkant van je lichaam. En een ander deel van je rechter hersenhelft controleert de functies van de linkerkant van je lichaam.

Wanneer je jongleert dan kruisen de ballen (of kegels of rubberen kippen of wat dan ook) voortdurend je hartlijn. Je hersenen vuren telkens: links, rechts, links, rechts, links, rechts, etc. En dit alles terwijl de bewegingen zelf ofwel procedureel (linker hersenhelft) of automatisch (rechter hersenhelft) zijn.

Als al dit mentale klikken, vuren en overschakelen gaande is, is het bijna onmogelijk om je zorgen te maken over wat de stress veroorzaakte. Je kunt jezelf misschien opnieuw onder druk zetten of stress ervaren door te jongleren…. maar een verandering, onthoudt dat, is net zo goed als rust! Vandaar dat het verschuiven van aandacht als een techniek wordt ingezet om stress te beheersen.

Tot slot, vergeet nooit dat de meeste volwassenen (afgezien van jongleurs) vergeten zijn om te spelen. Getuige de onhandige pogingen van sommige volwassenen om zich bezig te houden met spelletjes voor kinderen. Spelen is een zeer effectieve manier om de energie van onze stressreacties af te leiden die anders tot spierspanning zou kunnen leiden. Jongleren is een rijke inspiratiebron om te spelen en om die reden alleen al is het ongelofelijk waardevol.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in “Kaskade”, nummer 39.
Bron: http://www.circusunlimited.com/juggling&stress.htm