Jongleren en gezondheid

Over de werking van jongleren

Tag archief: gezondheid

Een verhandeling over jongleren en gezondheid

 “Ga met deze drie ballen jongleren en bel me in de ochtend …”
Zou u niet graag uw arts die woorden horen zeggen en het menen? Nou, blijkbaar is er veel meer te doen rond jongleren dan op het eerste gezicht lijkt. Hier en daar zijn onderzoekers dingen over onze hersenen en organen te weten gekomen die er op duiden dat jongleren een waardevolle bijdrage kan leveren aan een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Een Princeton onderzoeker, Les Fehme (zie Brain/Mind Bulletin vol. 8, nr. 9. 1983), stelt dat we onze algemene prestaties in het leven kunnen verbeteren door verbreding van onze focus. Jongleren is een uitstekende manier om dat te doen. Hij beweert dat de meeste mensen een smalle focus hebben en een gebrek aan bewustzijn van hun eigen lichamelijke sensaties en  emoties. Deze smalle focus kan zeer boeiend en nuttig zijn, zoals bij praten over de telefoon, het besturen van een motorfiets of het krijgen van een massage. Het is alsof er niets anders bestaat, behalve dat. Bij het leren jongleren kan de smalle focus worden gericht op een bepaalde bal of kegel.

Deze smalle focus stemt overeen met de opmerkingen dat we leven in een maatschappij die de dingen ziet als fragmenten in plaats van holistisch. Maar dingen veranderen. En heel misschien helpt jongleren om dat te veranderen.
In 1983 heeft een Canadese onderzoeker, Justine Sergent, van de McGill University in Montreal, bewijs gevonden dat het idee dat de linker hersenen analytisch en rechter hersenhelft holistisch is, ontkracht. In plaats daarvan tonen haar bevindingen aan dat de linker hersenhelft beter is in gedetailleerde verwerking (de smalle focus) en de rechterhersenhelft in grotere aspecten van de waarneming. De bevindingen tonen ook aan dat beide zijden van de hersenen analytisch en holistisch zijn. Deze studie geeft wellicht ook een verklaring voor het feit dat er meer rechtshandige mensen zijn, namelijk omdat we als maatschappij het leven en de dingen als fragmenten zien (een bal of kegel in plaats van een patroon).

Maar wanhoop niet. Een ‘opvallende’ ontdekking van Brenda Spiegler, een onderzoeker van het kinderziekenhuis in Washington (zie Brain/Mind Bulletin vol. 19, no. 6, 1984) toont aan dat linkshandigheid toeneemt. Niet alleen dat, maar volgens een test uitgevoerd op het Mount Union College in Alliance, Ohio (zie Perspective vol. 2, no. 4. 1980), scoorden de linkshandigen hoger op creativiteit dan rechtshandigen, ongeacht hun leeftijd. Het ging om vier aspecten van creativiteit: flexibiliteit, welbespraaktheid, originaliteit en detaillering.
Aangezien de rechter hersenhelft normaliter geassocieerd wordt met creativiteit, is elke activiteit die helpt bij het ontwaken van deze onderdrukte hersenhelft zeker welkom. Begin te jongleren! Wie durft te beweren dat jongleren geen gebruik van beide zijden van de hersenen maakt? Beide handen worden bij jongleren gebruikt, of niet?

Jongleurs leren in een smalle focus situatie. Herinner hoe de meeste mensen beginnen te lezen. Allereerst leren ze de letters (de bal of kegel) te herkennen. Dan leren ze het woord (het jongleerpatroon) te herkennen. Echter, zodra het basis jongleerpatroon (het woord) is geleerd, dan kan de focus verschuiven naar een hoger vaardigheidsniveau (de woorden worden een zin). Een voorbeeld hiervan is een jongleur op een rola-bola.
Als een volleerd jongleur een nieuw kunstje wil leren, moet de focus opnieuw smal zijn, de bal of kegel moet de aandacht krijgen (een linker hersenhelft activiteit). Net als een beginner, moet hij of zij zich richten op het gooien van een kegel met een dubbele spin vanuit de rechterhand voordat de linkerhand een kegel achter de rug langs kan gooien.

Jongleren, zoals het leven zelf, lijkt een paradox. Om te vangen moeten we niet reiken. Om het patroon te zien, moeten we niet naar de delen kijken. Om te leren moeten we afleren.
Afleren van wat? Stoppen met gewoonten. Stoppen en bewust worden wanneer iets lukt, maar in staat te zijn om te pauzeren wanneer je merkt dat niet goed gaat. Dit cruciale moment van pauzeren is volgens Michael Gelb, auteur van Body Learning (zie Brain Mind Bulletin vol. 9, no. 3, 1984) wanneer een gedachte opkomt, en het zijn deze gedachten die onze oude gewoonten zullen doorbreken. We moeten ook anderen die bekwaam zijn, observeren. Beelden van excellentie zien er altijd gemakkelijk uit. “Experts laten wat ze doen er altijd eenvoudig uitzien,” zegt Gelb. Kijk vervolgens hoe het voelt om die taak te doen, te leren met je lichaam. Kunt u jongleren nadat je drie boeken over jongleren hebt gelezen? En na vijf of twintig?

Bij het mensen leren jongleren, leren ze sneller wanneer ze gevraagd worden om elke keer als ze iets verkeerd hebben gedaan, dat te vertellen. In het begin hebben ze geen besef van hun verkeerde bewegingen. Als ze die eenmaal herkennen, kunnen ze die elimineren.

Is het mogelijk dat ik meer van het jongleren maak dan het werkelijk inhoudt? In 1984 zond de Public Broadcasting System zond een serie van acht programma’s uit, getiteld “The Brain”. Op een bepaalde avond toonden ze hoe energie beweegt langs neuronen horizontaal van de achter- naar de voorkant van de hersenen voor het gezichtsvermogen. En energie beweegt van boven naar beneden, ofwel verticaal, voor beweging. Terwijl dit alles werd uitgelegd, was een jongleur gezien op het scherm. Ik vroeg me af waarom ze een jongleur gebruikten om deze delicate werking de hersenen te illustreren. Volgens Bonnie Benjamin, een woordvoerster van de producenten van de serie, werd de scène werd gebruikt om te illustreren waar twee paden in de hersenen samenkomen: zicht en beweging. George Page, verteller van de serie, zei het volgende: “Het aanleggen van paden is de kern van alle geleerde beweging. De hersenen moeten telkens weer experimenteren voordat het de beste route van de ene zenuwcel naar de andere kan ontdekken. Bij het uitvoeren van een handeling waarbij zicht belangrijk is, moeten twee systemen, zicht en beweging, uitvinden waar en hoe ze elkaar kruisen. Een voor een, verbinden de neuronen zich met elkaar. Een verbinding wordt verlengd. Spoedig is het een spoor en uiteindelijk een pad. Samenwerking tussen deze twee routes kan alleen worden bereikt door middel van herhaling.”

Daarom kan je alleen leren jongleren door te oefenen. De eenvoudigste beweging vereist een complex elektrisch/chemisch circuit in de hersenen. Onderzoek naar dit circuit wordt steeds een belangrijker onderdeel van de neurowetenschappen. Misschien zullen neurochirurgen op een dag een jongleur elektronisch aansluiten op een monitor en de activiteit van neuronen kunnen volgen die tijdens het jongleren heen en weer gaat tussen de twee hersenhelften… op de grootste van alle paden in de hersenen – het corpus callosum.

Oefenen lijkt het sleutelwoord in “deze jongleer kwestie”. Neurowetenschappen vertellen ons dat oefening de gewenste paden in de hersenen creëert of bouwt. Maar speelt er nog meer mee? Mogelijk. Morfogenetische velden. Morfische resonantie. Bijnaam: M-velden. Het is een theorie die wetenschappelijk is getest door dr. Rupert Sheldrake uit Engeland. In essentie zegt hij dat door het creëren van een fysiek pad in je hersenen niet alleen jijzelf een betere jongleur wordt, maar er ook voor zorgt dat anderen beter kunnen worden, via het  M-veld.

Maar we zijn een volk dat onszelf graag onder druk zet, zelfs als we weten dat het maar om een spelletje gaat. Hoe kunnen we dan leren jongleren, deze nieuwe informatie in ons opnemen, met minder stress? Nou, er zijn ten minste twee artsen die daar een mening of een gevoel over hebben. Op een conferentie in Chicago in 1983 met als titel “De genezende kracht van de lach en het spel” begon dr. Carl Simonton zijn lezing voor ongeveer 750 mensen met korte instructie hoe te jongleren. Vervolgens werden aan elke persoon drie marshmallows uitgedeeld. Op een teken vlogen 2250 marshmallows rond op zoek naar het M-veld patroon! Onnodig te zeggen dat dr Simonton een statement had gemaakt. Jongleren is leuk.

Dr. Steve Allen Jr. geeft workshops in stressmanagement. Hij gebruikt jongleren niet alleen als een belangrijke instrument voor stressverlaging, maar hij voegt eraan toe dat “er iets krachtigs in herhalende oefeningen zoals jongleren zit,” als ze betrekking hebben op de gezondheid. Bovendien, maakt Dr Allen gebruik van jongleren om stress te verminderen, omdat het de ‘creatieve kracht van dwaasheid’ naar boven brengt, die oorspronkelijk werd gedefinieerd als ‘gezegend, welvarend en gezond’. Toch, het belangrijkste punt van dr Allen voor zijn cliënten/patiënten is: “houdt het gewoon leuk … en speel!”

Er zullen altijd mensen zijn die een heel duidelijk doel willen of moeten hebben om te gaan jongleren voordat ze het uitproberen. Dus voor deze groep… rapporteert Healthwise magazine dat Dartmouth Medical School heeft aangetoond dat roeien de beste oefening is als het om maximale aerobe stimulatie gaat. De reden voor het onderzoek was om erachter te komen wat voor activiteiten oude mensen (85 jaar en ouder) zouden kunnen doen die bijgedragen aan een langere levensduur. Ze keken ook naar joggers en dirigenten. De conclusie die de schrijver uit het Dartmouth onderzoek trok, was dat “het verstandig zou zijn om elke dag armoefeningen uit te voeren en de muziek die we thuis beluisteren zelf te dirigeren.” Dus begin nu met jongleren; een armoefening, zoals er geen andere is.

Auteur: George Niedzialkowski  (zie www.juggling.org/jw/86/1/health.html)

Advertenties

Beweging houdt het brein fit

Lichamelijke activiteit is goed voor het brein. Wie kent die reflexen niet, wanneer je bijvoorbeeld iets heets aanraakt? Op dat moment gaat er een signaal naar de hersenen. Die sturen op hun beurt pijlsnel een signaal terug naar de spieren: terugtrekken die hand! Zo’n beweging gaat bijna automatisch. Bijna niemand realiseert zich dat de hersenen de basis vormen voor het aansturen van de spieren. Reden genoeg voor de Hersenstichting om de Nationale Hersenweek in 2008 het motto Hersenen in beweging mee te geven.
Prof. dr. Peter Beek van de faculteit Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit was één van de sprekers tijdens de Hersenweek.

Uit onderzoek van de Universiteit van Dublin blijkt dat bewegen goed is voor het brein. Door [intensieve] inspanning komt in de hersenen een stofje in actie met de naam BDNF [Brain Derived Neurotrophic Factor]. Dat eiwit bevordert niet alleen de vorming van nieuwe hersencellen en de verbindingen daartussen, maar er gaat ook een preventieve werking vanuit: het helpt hersencellen te overleven. Zo heeft lichamelijke activiteit mogelijk een gunstig effect op het voorkomen van ziekten als die van Parkinson en Alzheimer.

Prof. dr. Peter Beek plaatst wel een kanttekening bij de relatie tussen hersenen en bewegen. Volgens hem is niet alleen lijfelijke inspanning belangrijk. Voor de hersenen is een combinatie van lichamelijke én geestelijke training, het beste.

Beek: “Die twee moeten samengaan of elkaar afwisselen. Allebei zorgen ze voor een continue reuring in het brein, waarbij cellen met elkaar wedijveren om bij een activiteit betrokken te raken. Onderzoek aan onder meer de VU wijst uit dat bij een hersenbeschadiging gedeeltelijk herstel kan ontstaan door zowel het lichaam als de hersenen te trainen. Wie een leven lang intensief heeft bewogen én gedacht, met een gezonde geest in een gezond lichaam, is bijvoorbeeld beter bestand tegen de gevolgen van een beroerte dan iemand die dat niet heeft gedaan.”

Volgens Beek hebben alle manieren van bewegen een positief effect op het brein, of het nu om voetbal, tai chi of dansen gaat. Bewezen is dat bewegen goed is voor bot- en spiercellen. Maar, zo blijkt uit onderzoek van het Salk Instituut in Californië, bewegen heeft waarschijnlijk ook een gunstige uitwerking op zenuwcellen. Momenteel doet onder andere het Universitair Medisch Centrum te Utrecht hier nader onderzoek naar. Eén ding staat vast: dagelijks komen er nieuwe hersencellen en verbindingen bij en worden er oude opgeruimd.

“Het brein is geen statisch geheel zoals lang werd gedacht,” zegt Beek. Sommige cellen zijn succesvol en gaan een functionele eenheid vormen, andere cellen bezwijken. Deels hebben we zelf in de hand hoe onze hersenen zich ontwikkelen. Je bent hoe je beweegt, zal ik maar zeggen. Het brein is qua structuur een optelsom van de dingen waartoe we ons hebben gezet. Om een leven lang te kunnen leren, zijn de hersenen voortdurend in ontwikkeling.”

De hersenen hebben verschillende functies. Evenwicht, coördinatie en concentratie zijn de belangrijkste. Door middel van oefeningen kunnen we deze hersenfuncties trainen. Zo zijn wandelen en nordic walking [langlaufen zonder sneeuw], effectieve middelen om te werken aan meer balans. Van wandelen is al aangetoond dat het helpt tegen depressies. Ook jongleren is goed voor de hersenen. Dat blijkt volgens Beek uit onderzoek aan de Duitse Universiteit van Jena, waarbij 24 studenten in twee groepen waren verdeeld.

“De eerste groep leerde drie maanden lang jongleren, de tweede groep ging gewoon naar college. Van alle proefpersonen werden voor en na het leren de hersenen gescand, en bij de tweede groep waren geen veranderingen waarneembaar in het brein. Bij de jongleursgroep daarentegen bleek zich meer grijze stof in de hersenen te bevinden; het deel van het centraal zenuwstelsel dat de neuronen [zenuwcellen] bevat.

De kersverse jongleurs gingen handiger om met de verwerking van visuele informatie, zoals het inschatten van afstanden bij het gooien van ballen. Jongleren blijkt dus goed voor het vergroten van inzicht. Bovendien prikkelt het het voorstellingsvermogen, net als musiceren, schilderen en borduren, ook vaardigheden waarbij precieze handcoördinatie samen gaat met concentratie.

Binnen de hersenwetenschap wordt de laatste tijd veel studie gedaan naar taken die met twee handen worden uitgevoerd [bimanuele coördinatie]. Interessant is dat de bewegingen van de handen niet onafhankelijk van elkaar geschieden, omdat de hersenhelften elkaar beïnvloeden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het “spiegelbewegingeffect”, wanneer een jong kind een éénhandige taak moet uitvoeren. Heeft het in allebei de handen een balletje vast, en moet het in één ervan knijpen, dan zal het meestal automatisch ook in het andere knijpen.

Beek: “Dat is een uiting van communicatie tussen de hersenhelften. Om een dergelijke taak te kunnen uitvoeren, moeten je hersenen deze beïnvloeding leren onderdrukken. Kinderen kunnen dat pas vanaf een jaar of tien, wanneer de verbinding tussen de hersenhelften is volgroeid. Doordat die helften niet onafhankelijk werken, zijn taken waarbij de handen elk een eigen beweging uitvoeren meestal lastig. Denk aan met beide handen een ander ritme drummen of verschillende ruimtelijke figuren maken.”

De handen gelijk op en neer bewegen, en recht tegen elkaar in, zijn bimanuele taken die de mens bevallen. Met andere patronen hebben we meer moeite. Onze hersenen zoeken een bepaalde eenvoud. Dat neemt niet weg dat we zelfs moeilijke taken, zoals jongleren, toch kunnen aanleren. Al is het maar omdat onze hersenen erom vragen.

Bron: Algemeen Dagblad, 26 april 2006

Jongleren traint heel het brein

Jongleren heeft diverse voordelen, zowel in fysiek als sociaal opzicht. Wanneer het ingevoegd wordt in het lesprogramma, kan het ook positieve effecten op de schoolprestaties van leerlingen hebben. Hieronder worden maar liefst 15 voordelen toegelicht.

1. Jongleren oefent en integreert de linker en rechter hersenhelft
Wanneer je voor het eerst leert jongleren, dan breek je het leerproces op in kleine stappen. Je gebruikt dan volgens psychologen je linker hersenhelft, de logische, analytische en smal gerichte aandacht kant. Als je eenmaal hebt geleerd te jongleren, dan ga je meer de rechter hersenhelft gebruiken, de kant die meer intuïtief en holistisch is. Wanneer dit gebeurt, wordt jongleren meer een automatisme en werkt het ontspannend. Sommigen noemen dit bewegingsmeditatie. De afwisseling van beweging van de linker en rechterkant van het lichaam verandert letterlijk onze focus van rechts naar links en omgekeerd.

2. Onderzoek heeft relatie tussen hand-oog coördinatie en schrijf- en leesvaardigheid aangetoond
Scholen geven les in jongleren om theoretisch onderwijs te ondersteunen. De ogen bewegen van links naar rechts en vice versa, en de beweging verbetert concentratie, stimuleert het doorzien van opeenvolgende reeksen en vergroot het kunnen volgen van dingen met de ogen.

3. Onderzoek heeft aangetoond dat de verbindende cellen in de hersenen altijd kunnen aangroeien
Zenuwcellen zijn bestemd om door nieuwe prikkels gestimuleerd te worden waardoor een rijke hersenstructuur wordt opgebouwd. Het leren van nieuwe dingen creëert een reserve van samengepakte connecties die ons gedeeltelijk beschermen tegen celverlies zoals bij de ziekte van Altzheimer het geval is. Onderzoekers zeggen dat de hersenen het meeste baat hebben bij het leren van exotische en ongewone dingen. En wat is meer exotisch dan jongleren?

4. Jongleren is een opsteker voor het zelfvertrouwen
Jongleren geeft kinderen en volwassenen een tastbaar bewijs van een prestatie. Wanneer leerlingen in staat zijn om voor volwassenen en andere leerlingen op te treden, dan neemt het de zelfvertrouwen een hoge vlucht. Het feit dat we iets niets hebben geleerd dat tot voor kort nog onmogelijk leek, leidt er toe dat we nog eens met een andere blik naar dingen kijken waarvan we dachten dat we het niet konden. Het werpt nieuw licht op al onze overtuigingen over wat mogelijk is.

5. Leerlingen die regelmatig energiek bewegen pakken theoretische taken daarna beter op
In het lesprogramma kunnen pauzes worden ingeroosterd die door de leerlingen zelf ingevuld worden. Omdat elke leerling in zijn eigen tempo werkt, met z’n eigen materiaal en in een omgeving die inspanning en prestaties beloond, is de activiteit heel veilig en niet storend.

6. Jongleren maakt van iedereen een deelnemer
We hebben de neiging om onszelf vanaf het 12e jaar in te delen bij toeschouwers of deelnemers. Bij jongleren speelt iedereen mee. Jongleren is niet competitief wanneer het individueel wordt gedaan en vraagt om samenwerking wanneer twee of meer mensen samen iets doen. Voor veel volwassenen is het de eerste fysieke vaardigheid die ze sinds lange tijd weer leren.

7. Jongleren is leuk
Vanuit een spelsituatie hebben mensen altijd het beste geleerd. Jongleren haalt mensen uit hun mentale ‘groeven’ en helpt ze om open te staan voor nieuwe ideeën en mogelijkheden.

8 Jongleren biedt een effectieve ‘hersenpauze’ die vergelijkbaar is met ‘er een nachtje over slapen’
Jongleren wordt in het bedrijfsleven gebruikt om de creativiteit te vergroten en als innovatieve methode bij het oplossen van problemen.

9 Jongleren activeert de hersenen
Een groot deel van de leerlingen hangt thuis alleen op de bank voor de tv en op de meeste scholen slapen ze in de schoolbanken verder. Jongleren krijgt leerlingen in beweging waardoor ze veel zuurstof in hun hersenen krijgen.

10. Iedereen kan meedoen
Jongleren is een activiteit waarin zowel mannen als vrouwen expert kunnen worden en waarbij grootte en kracht geen voordelen zijn. Iedereen kan deelnemen, zelfs degenen die gewoonlijk door atleten genegeerd worden. Omdat jongleren een individuele sport/kunst is, is het moeilijk om negatieve vergelijkingen te maken over de vaardigheden van anderen. Lof is onderdeel van het proces.

11. Jongleren is een geweldig model voor het leren in het algemeen
We leren jongleren door het oprapen van de ene gevallen bal na de andere. Het is niet door succes, maar door de vele kleine foutjes (gevallen ballen) dat we het leren. We leren van die kleine foutjes en blijven het proberen tot we het onder de knie hebben. Door te jongleren leren we dat we met oefening, geduld en volharding grote dingen voor elkaar kunnen te krijgen.

12. Voor jongleren is weinig ruimte nodig
Leerlingen hebben niet meer ruimte nodig dan hun eigen schoollokaal en misschien een klein gedeelte van de gang of een deel van het schoolplein, wanneer het stadium van de jongleerdoekjes voorbij zijn. Volwassenen kunnen discreet naar een rustig deel van het kantoor gaan en daar rustig oefenen met jongleerdoekjes. Het benodigde materiaal kan gemakkelijk meegenomen worden.

13. Jongleren heeft een grote spin-off naar het leren van andere fysieke vaardigheden
Veel atleten hebben geleerd dat jongleren hun reflexen en ruimtelijk bewustzijn verbetert, evenals hun nauwkeurigheid bij het gooien, vertrouwen bij het vangen en het intern beleven van schoonheid en ritme.

14. Jongleren verruimt de mogelijkheden van het onderwijsprogramma
Jongleren is niet alleen voor atleten en kunstenaars. Iedereen is een leerling omdat er altijd nog meer te leren valt. Iedereen kan een onderwijzer worden en leerlingen groeien door volwassenen hun nieuw verworven kunsten te leren. Daarom leren leerlingen als ze bij het onderwijsprogramma worden betrokken, veel meer dan wanneer ze alleen door een leraar worden onderwezen.

15. Jongleren is een perfecte metafoor voor het leven in het algemeen
We worden continu gevraagd om meer projecten, prioriteiten en mensen ‘in de lucht te houden’. Leren jongleren is een perfecte manier om de stress van onze mentale balanceer kunsten te verlichten.

Bron: ‘Juggling and whole brain training’ van Laurie Young en Kay Caskey (Laughter works)

Jongleren met salutogenese

In 2005 heeft Cathy Cruwys-Ververda in het kader van haar opleiding tot psychosociaal therapeut een scriptie , ontmoetinggeschreven: ‘Jongleren met salutogenese’.  Een boeiende, maar lastige titel. Salutogenese gaat over de oorsprong van gezondheid. In haar scriptie gaat ze daar uitgebreid op in. Ik was met name geïnteresseerd in de link naar jongleren. Daar schrijft ze het volgende over.

 “Als kind hebben wij allemaal wel eens leren kaatsballen, met drie ballen tegen de muur of in de lucht (de meisjes waarschijnlijk meer dan de jongens). Als je eenmaal in je jeugd die beweging van kaatsballen hebt aangeleerd, blijf je dat de rest van je leven vasthouden, niet omdat dat moet, maar simpelweg omdat je het zo geleerd hebt.
Jongleren is een heel andere beweging dan kaatsballen. Een beweging ook die gedurende enige tijd training vraagt om aan te leren en dat heeft zeker te maken met het feit dat kaatsballen een bekende beweging is en jongleren voor de meeste mensen een onbekende. Daarom hebben we de neiging om elke keer als we drie ballen in handen hebben te gaan kaatsballen. Maar…… jongleren is zeker aan te leren, als je maar vasthoudend genoeg bent. En bij de een zal het sneller en beter gaan dan bij de ander.
Denken vanuit gezondheid is te vergelijken met jongleren! Wij zijn over het algemeen gewend te denken vanuit ziekte en genezing, dat is kaatsballen. Wat een uitdaging is het dan om te leren jongleren, om te leren denken, werken en coachen vanuit gezondheid. Het is de moeite van het proberen waard.”

 Tot slot nog iets over salutogenese om het bovenstaande iets beter te begrijpen. De essentie is volgens Cathy Cruwys-Ververda ontmoeting. De ontmoeting met de ander en met jezelf, om te kunnen ontdekken en groeien naar misschien wel:
– een autonoom mens (Eric Berne)
– een zelfverwerkelijker (Abraham Maslow)
– een heel mens (Fritz Perls)
– salutogeen zijn (Aaron Antonovsky)

Bij een echte ontmoeting wekt de een iets in de ander op, iets dat deze in principe wel heeft, maar dat pas door de ontmoeting wakker wordt. Door de ontmoeting beginnen de eigen mogelijkheden te groeien.” Uiteindelijk gaat het dus om:
– de ontmoeting aan te gaan;
– leren salutogeen te denken, te denken vanuit gezondheid en niet vanuit ziekte;
– het stellen van de juiste vragen waarmee je de ander in de gelegenheid stelt zich bewust te worden van zichzelf, van zijn behoeftes.

De uitdaging is nu om jongleren als metafoor te gebruiken, maar het ook daadwerkelijk inzetten om de gezondheid en eigen kracht te versterken.

Bron: http://www.salutogenese.nl/Site%202/salutogenese_files/salutogenese-1.pdf