Jongleren en gezondheid

Over de werking van jongleren

Zen in de kunst van het jongleren

Hart, hoofd en handen in balans
Jongleren is meer dan het beheersen van indrukwekkende trucs. Wie samen met de hoofdpersonen van dit boek op zoek gaat naar de geheimen van de kunst van het jongleren, ontdekt dat het hier om belangrijker zaken gaat: namelijk om de vorming van de persoonlijkheid, het ontwikkelen van concentratie en opmerkzaamheid, om het verkrijgen van innerlijk evenwicht en het daardoor realiseren van een harmonische relatie tussen lichaam en geest. Dave Finningan vertelt in dit boek het fascinerende verhaal van een jongleur die op zoek gaat naar technische perfectie. Zijn zoektocht leidt hem naar de mysterieuze Chinese meester Huang, die leeft en werkt in een vervallen boeddhistisch klooster in de bergen van Taiwan. Daar leert hij, aan de hand van de vaardigheid van het jongleren, de speelse levenskunst van zen. Voor wie met de moeilijkheden van het leven wil leren jongleren als met gekleurde ballen, is Finnigan’s Zen in de kunst van het jongleren een uitstekende wegwijzer! Het laat zien hoe de opgewekte levenskunst van het verre Oosten het alledaagse leven van de moderne westerse mens kan veranderen in een speelse discipline.

Dave Finnegan studeerde sociologie aan de Cornell universiteit. Als middel tegen stress van zijn promotie-onderzoek leerde hij jongleren. Tot zijn grote verrassing veranderde deze discipline zijn hele levensinstelling. Tegenwoordig staat hij wereldwijd bekend als meester-jongleur die de kunst van het jongleren gebruikt als een weg tot zelfverwerkelijking. Meer dan een miljoen mensen leerden via zijn ‘Juggling for succes’ wat het betekent om voorbij je eigen mogelijkheden te denken en daar doelgericht en op een plezierige manier succes in te behalen.

Recensie
Zen is, in tegenstelling tot andere mystieke stelsels, nauw met het dagelijks bestaan verweven. Door het praktisch toepassen van zen wordt de mens zich bewust dat nadenken, overwegen en begrippen vormen het oorspronkelijke onbewuste versluieren en de weg naar geestelijke ontwikkeling blokkeren.
In dit boek gaat de auteur drie maanden op Taiwan in retraite bij een zenmonnik om de kunst van het jongleren te perfectioneren. Mede door meditatie, het zingen van mantras en de levenslessen van de zenmeester wordt het hem duidelijk dat het jongleren geen nuttig doel nastreeft, ook niet als esthetisch genoegen. Het jongleren beoogt het bewustzijn te trainen en gerichtheid op de werkelijkheid te ontwikkelen. Om een meester in het jongleren te worden moet een grens worden overschreden, waarbij de jongleur en zijn attributen tot één werkelijkheid versmelten.
Het boek leest als een spannend jongensboek. De auteur geeft in eenvoudige bewoordingen aan welke geestelijke groei hij heeft doorgemaakt. De schijnbaar ontoegankelijke zenmystiek wordt door hem op speelse wijze begrijpelijk gemaakt. Voor jongleurs zijn de ervaringen heel herkenbaar.
De voordelen van jongleren die Finnigan in andere artikelen heeft beschreven, komen ook een voor een in dit boek terug. Interessant is het laatste hoofdstuk waarin hij ingaat op de lessen en ervaringen die te maken hebben met de integratie van de linker- en de rechterhersenhelft. Wanneer beide helften goed samenwerken, ontstaat iets moois en is er ruimte voor persoonlijke groei.

Bron: http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/zen-in-de-kunst-van-het-jongleren/1001004006914468/index.html

Advertenties

Een verhandeling over jongleren en gezondheid

 “Ga met deze drie ballen jongleren en bel me in de ochtend …”
Zou u niet graag uw arts die woorden horen zeggen en het menen? Nou, blijkbaar is er veel meer te doen rond jongleren dan op het eerste gezicht lijkt. Hier en daar zijn onderzoekers dingen over onze hersenen en organen te weten gekomen die er op duiden dat jongleren een waardevolle bijdrage kan leveren aan een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Een Princeton onderzoeker, Les Fehme (zie Brain/Mind Bulletin vol. 8, nr. 9. 1983), stelt dat we onze algemene prestaties in het leven kunnen verbeteren door verbreding van onze focus. Jongleren is een uitstekende manier om dat te doen. Hij beweert dat de meeste mensen een smalle focus hebben en een gebrek aan bewustzijn van hun eigen lichamelijke sensaties en  emoties. Deze smalle focus kan zeer boeiend en nuttig zijn, zoals bij praten over de telefoon, het besturen van een motorfiets of het krijgen van een massage. Het is alsof er niets anders bestaat, behalve dat. Bij het leren jongleren kan de smalle focus worden gericht op een bepaalde bal of kegel.

Deze smalle focus stemt overeen met de opmerkingen dat we leven in een maatschappij die de dingen ziet als fragmenten in plaats van holistisch. Maar dingen veranderen. En heel misschien helpt jongleren om dat te veranderen.
In 1983 heeft een Canadese onderzoeker, Justine Sergent, van de McGill University in Montreal, bewijs gevonden dat het idee dat de linker hersenen analytisch en rechter hersenhelft holistisch is, ontkracht. In plaats daarvan tonen haar bevindingen aan dat de linker hersenhelft beter is in gedetailleerde verwerking (de smalle focus) en de rechterhersenhelft in grotere aspecten van de waarneming. De bevindingen tonen ook aan dat beide zijden van de hersenen analytisch en holistisch zijn. Deze studie geeft wellicht ook een verklaring voor het feit dat er meer rechtshandige mensen zijn, namelijk omdat we als maatschappij het leven en de dingen als fragmenten zien (een bal of kegel in plaats van een patroon).

Maar wanhoop niet. Een ‘opvallende’ ontdekking van Brenda Spiegler, een onderzoeker van het kinderziekenhuis in Washington (zie Brain/Mind Bulletin vol. 19, no. 6, 1984) toont aan dat linkshandigheid toeneemt. Niet alleen dat, maar volgens een test uitgevoerd op het Mount Union College in Alliance, Ohio (zie Perspective vol. 2, no. 4. 1980), scoorden de linkshandigen hoger op creativiteit dan rechtshandigen, ongeacht hun leeftijd. Het ging om vier aspecten van creativiteit: flexibiliteit, welbespraaktheid, originaliteit en detaillering.
Aangezien de rechter hersenhelft normaliter geassocieerd wordt met creativiteit, is elke activiteit die helpt bij het ontwaken van deze onderdrukte hersenhelft zeker welkom. Begin te jongleren! Wie durft te beweren dat jongleren geen gebruik van beide zijden van de hersenen maakt? Beide handen worden bij jongleren gebruikt, of niet?

Jongleurs leren in een smalle focus situatie. Herinner hoe de meeste mensen beginnen te lezen. Allereerst leren ze de letters (de bal of kegel) te herkennen. Dan leren ze het woord (het jongleerpatroon) te herkennen. Echter, zodra het basis jongleerpatroon (het woord) is geleerd, dan kan de focus verschuiven naar een hoger vaardigheidsniveau (de woorden worden een zin). Een voorbeeld hiervan is een jongleur op een rola-bola.
Als een volleerd jongleur een nieuw kunstje wil leren, moet de focus opnieuw smal zijn, de bal of kegel moet de aandacht krijgen (een linker hersenhelft activiteit). Net als een beginner, moet hij of zij zich richten op het gooien van een kegel met een dubbele spin vanuit de rechterhand voordat de linkerhand een kegel achter de rug langs kan gooien.

Jongleren, zoals het leven zelf, lijkt een paradox. Om te vangen moeten we niet reiken. Om het patroon te zien, moeten we niet naar de delen kijken. Om te leren moeten we afleren.
Afleren van wat? Stoppen met gewoonten. Stoppen en bewust worden wanneer iets lukt, maar in staat te zijn om te pauzeren wanneer je merkt dat niet goed gaat. Dit cruciale moment van pauzeren is volgens Michael Gelb, auteur van Body Learning (zie Brain Mind Bulletin vol. 9, no. 3, 1984) wanneer een gedachte opkomt, en het zijn deze gedachten die onze oude gewoonten zullen doorbreken. We moeten ook anderen die bekwaam zijn, observeren. Beelden van excellentie zien er altijd gemakkelijk uit. “Experts laten wat ze doen er altijd eenvoudig uitzien,” zegt Gelb. Kijk vervolgens hoe het voelt om die taak te doen, te leren met je lichaam. Kunt u jongleren nadat je drie boeken over jongleren hebt gelezen? En na vijf of twintig?

Bij het mensen leren jongleren, leren ze sneller wanneer ze gevraagd worden om elke keer als ze iets verkeerd hebben gedaan, dat te vertellen. In het begin hebben ze geen besef van hun verkeerde bewegingen. Als ze die eenmaal herkennen, kunnen ze die elimineren.

Is het mogelijk dat ik meer van het jongleren maak dan het werkelijk inhoudt? In 1984 zond de Public Broadcasting System zond een serie van acht programma’s uit, getiteld “The Brain”. Op een bepaalde avond toonden ze hoe energie beweegt langs neuronen horizontaal van de achter- naar de voorkant van de hersenen voor het gezichtsvermogen. En energie beweegt van boven naar beneden, ofwel verticaal, voor beweging. Terwijl dit alles werd uitgelegd, was een jongleur gezien op het scherm. Ik vroeg me af waarom ze een jongleur gebruikten om deze delicate werking de hersenen te illustreren. Volgens Bonnie Benjamin, een woordvoerster van de producenten van de serie, werd de scène werd gebruikt om te illustreren waar twee paden in de hersenen samenkomen: zicht en beweging. George Page, verteller van de serie, zei het volgende: “Het aanleggen van paden is de kern van alle geleerde beweging. De hersenen moeten telkens weer experimenteren voordat het de beste route van de ene zenuwcel naar de andere kan ontdekken. Bij het uitvoeren van een handeling waarbij zicht belangrijk is, moeten twee systemen, zicht en beweging, uitvinden waar en hoe ze elkaar kruisen. Een voor een, verbinden de neuronen zich met elkaar. Een verbinding wordt verlengd. Spoedig is het een spoor en uiteindelijk een pad. Samenwerking tussen deze twee routes kan alleen worden bereikt door middel van herhaling.”

Daarom kan je alleen leren jongleren door te oefenen. De eenvoudigste beweging vereist een complex elektrisch/chemisch circuit in de hersenen. Onderzoek naar dit circuit wordt steeds een belangrijker onderdeel van de neurowetenschappen. Misschien zullen neurochirurgen op een dag een jongleur elektronisch aansluiten op een monitor en de activiteit van neuronen kunnen volgen die tijdens het jongleren heen en weer gaat tussen de twee hersenhelften… op de grootste van alle paden in de hersenen – het corpus callosum.

Oefenen lijkt het sleutelwoord in “deze jongleer kwestie”. Neurowetenschappen vertellen ons dat oefening de gewenste paden in de hersenen creëert of bouwt. Maar speelt er nog meer mee? Mogelijk. Morfogenetische velden. Morfische resonantie. Bijnaam: M-velden. Het is een theorie die wetenschappelijk is getest door dr. Rupert Sheldrake uit Engeland. In essentie zegt hij dat door het creëren van een fysiek pad in je hersenen niet alleen jijzelf een betere jongleur wordt, maar er ook voor zorgt dat anderen beter kunnen worden, via het  M-veld.

Maar we zijn een volk dat onszelf graag onder druk zet, zelfs als we weten dat het maar om een spelletje gaat. Hoe kunnen we dan leren jongleren, deze nieuwe informatie in ons opnemen, met minder stress? Nou, er zijn ten minste twee artsen die daar een mening of een gevoel over hebben. Op een conferentie in Chicago in 1983 met als titel “De genezende kracht van de lach en het spel” begon dr. Carl Simonton zijn lezing voor ongeveer 750 mensen met korte instructie hoe te jongleren. Vervolgens werden aan elke persoon drie marshmallows uitgedeeld. Op een teken vlogen 2250 marshmallows rond op zoek naar het M-veld patroon! Onnodig te zeggen dat dr Simonton een statement had gemaakt. Jongleren is leuk.

Dr. Steve Allen Jr. geeft workshops in stressmanagement. Hij gebruikt jongleren niet alleen als een belangrijke instrument voor stressverlaging, maar hij voegt eraan toe dat “er iets krachtigs in herhalende oefeningen zoals jongleren zit,” als ze betrekking hebben op de gezondheid. Bovendien, maakt Dr Allen gebruik van jongleren om stress te verminderen, omdat het de ‘creatieve kracht van dwaasheid’ naar boven brengt, die oorspronkelijk werd gedefinieerd als ‘gezegend, welvarend en gezond’. Toch, het belangrijkste punt van dr Allen voor zijn cliënten/patiënten is: “houdt het gewoon leuk … en speel!”

Er zullen altijd mensen zijn die een heel duidelijk doel willen of moeten hebben om te gaan jongleren voordat ze het uitproberen. Dus voor deze groep… rapporteert Healthwise magazine dat Dartmouth Medical School heeft aangetoond dat roeien de beste oefening is als het om maximale aerobe stimulatie gaat. De reden voor het onderzoek was om erachter te komen wat voor activiteiten oude mensen (85 jaar en ouder) zouden kunnen doen die bijgedragen aan een langere levensduur. Ze keken ook naar joggers en dirigenten. De conclusie die de schrijver uit het Dartmouth onderzoek trok, was dat “het verstandig zou zijn om elke dag armoefeningen uit te voeren en de muziek die we thuis beluisteren zelf te dirigeren.” Dus begin nu met jongleren; een armoefening, zoals er geen andere is.

Auteur: George Niedzialkowski  (zie www.juggling.org/jw/86/1/health.html)

Beweging houdt het brein fit

Lichamelijke activiteit is goed voor het brein. Wie kent die reflexen niet, wanneer je bijvoorbeeld iets heets aanraakt? Op dat moment gaat er een signaal naar de hersenen. Die sturen op hun beurt pijlsnel een signaal terug naar de spieren: terugtrekken die hand! Zo’n beweging gaat bijna automatisch. Bijna niemand realiseert zich dat de hersenen de basis vormen voor het aansturen van de spieren. Reden genoeg voor de Hersenstichting om de Nationale Hersenweek in 2008 het motto Hersenen in beweging mee te geven.
Prof. dr. Peter Beek van de faculteit Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit was één van de sprekers tijdens de Hersenweek.

Uit onderzoek van de Universiteit van Dublin blijkt dat bewegen goed is voor het brein. Door [intensieve] inspanning komt in de hersenen een stofje in actie met de naam BDNF [Brain Derived Neurotrophic Factor]. Dat eiwit bevordert niet alleen de vorming van nieuwe hersencellen en de verbindingen daartussen, maar er gaat ook een preventieve werking vanuit: het helpt hersencellen te overleven. Zo heeft lichamelijke activiteit mogelijk een gunstig effect op het voorkomen van ziekten als die van Parkinson en Alzheimer.

Prof. dr. Peter Beek plaatst wel een kanttekening bij de relatie tussen hersenen en bewegen. Volgens hem is niet alleen lijfelijke inspanning belangrijk. Voor de hersenen is een combinatie van lichamelijke én geestelijke training, het beste.

Beek: “Die twee moeten samengaan of elkaar afwisselen. Allebei zorgen ze voor een continue reuring in het brein, waarbij cellen met elkaar wedijveren om bij een activiteit betrokken te raken. Onderzoek aan onder meer de VU wijst uit dat bij een hersenbeschadiging gedeeltelijk herstel kan ontstaan door zowel het lichaam als de hersenen te trainen. Wie een leven lang intensief heeft bewogen én gedacht, met een gezonde geest in een gezond lichaam, is bijvoorbeeld beter bestand tegen de gevolgen van een beroerte dan iemand die dat niet heeft gedaan.”

Volgens Beek hebben alle manieren van bewegen een positief effect op het brein, of het nu om voetbal, tai chi of dansen gaat. Bewezen is dat bewegen goed is voor bot- en spiercellen. Maar, zo blijkt uit onderzoek van het Salk Instituut in Californië, bewegen heeft waarschijnlijk ook een gunstige uitwerking op zenuwcellen. Momenteel doet onder andere het Universitair Medisch Centrum te Utrecht hier nader onderzoek naar. Eén ding staat vast: dagelijks komen er nieuwe hersencellen en verbindingen bij en worden er oude opgeruimd.

“Het brein is geen statisch geheel zoals lang werd gedacht,” zegt Beek. Sommige cellen zijn succesvol en gaan een functionele eenheid vormen, andere cellen bezwijken. Deels hebben we zelf in de hand hoe onze hersenen zich ontwikkelen. Je bent hoe je beweegt, zal ik maar zeggen. Het brein is qua structuur een optelsom van de dingen waartoe we ons hebben gezet. Om een leven lang te kunnen leren, zijn de hersenen voortdurend in ontwikkeling.”

De hersenen hebben verschillende functies. Evenwicht, coördinatie en concentratie zijn de belangrijkste. Door middel van oefeningen kunnen we deze hersenfuncties trainen. Zo zijn wandelen en nordic walking [langlaufen zonder sneeuw], effectieve middelen om te werken aan meer balans. Van wandelen is al aangetoond dat het helpt tegen depressies. Ook jongleren is goed voor de hersenen. Dat blijkt volgens Beek uit onderzoek aan de Duitse Universiteit van Jena, waarbij 24 studenten in twee groepen waren verdeeld.

“De eerste groep leerde drie maanden lang jongleren, de tweede groep ging gewoon naar college. Van alle proefpersonen werden voor en na het leren de hersenen gescand, en bij de tweede groep waren geen veranderingen waarneembaar in het brein. Bij de jongleursgroep daarentegen bleek zich meer grijze stof in de hersenen te bevinden; het deel van het centraal zenuwstelsel dat de neuronen [zenuwcellen] bevat.

De kersverse jongleurs gingen handiger om met de verwerking van visuele informatie, zoals het inschatten van afstanden bij het gooien van ballen. Jongleren blijkt dus goed voor het vergroten van inzicht. Bovendien prikkelt het het voorstellingsvermogen, net als musiceren, schilderen en borduren, ook vaardigheden waarbij precieze handcoördinatie samen gaat met concentratie.

Binnen de hersenwetenschap wordt de laatste tijd veel studie gedaan naar taken die met twee handen worden uitgevoerd [bimanuele coördinatie]. Interessant is dat de bewegingen van de handen niet onafhankelijk van elkaar geschieden, omdat de hersenhelften elkaar beïnvloeden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het “spiegelbewegingeffect”, wanneer een jong kind een éénhandige taak moet uitvoeren. Heeft het in allebei de handen een balletje vast, en moet het in één ervan knijpen, dan zal het meestal automatisch ook in het andere knijpen.

Beek: “Dat is een uiting van communicatie tussen de hersenhelften. Om een dergelijke taak te kunnen uitvoeren, moeten je hersenen deze beïnvloeding leren onderdrukken. Kinderen kunnen dat pas vanaf een jaar of tien, wanneer de verbinding tussen de hersenhelften is volgroeid. Doordat die helften niet onafhankelijk werken, zijn taken waarbij de handen elk een eigen beweging uitvoeren meestal lastig. Denk aan met beide handen een ander ritme drummen of verschillende ruimtelijke figuren maken.”

De handen gelijk op en neer bewegen, en recht tegen elkaar in, zijn bimanuele taken die de mens bevallen. Met andere patronen hebben we meer moeite. Onze hersenen zoeken een bepaalde eenvoud. Dat neemt niet weg dat we zelfs moeilijke taken, zoals jongleren, toch kunnen aanleren. Al is het maar omdat onze hersenen erom vragen.

Bron: Algemeen Dagblad, 26 april 2006

Jongleren is goed voor samenwerking L+R hersenhelft

We verwaarlozen vaak onze rechter hersenhelft. Maar hoe kan je die rechterkant van je hersenen wat meer te gaan gebruiken? Want als onze twee hersenhelften even hard inzetten en samen laten werken, zorgt dat voor de grootste capaciteiten en de beste resultaten. Een heel goeie en leuke manier om je twee hersenhelften te laten samen werken is jongleren.

Met drie ballen jongleren is veel minder moeilijk dan het lijkt. Als je elke dag een paar minuten oefent, heb je het binnen enkele weken onder de knie. En je zal merken dat het heel leuk is om te doen.

Hoe begin je eraan? Wel, eerst zoek je drie ballen om mee te jongleren. Ideaal zijn echte jongleerballen (vind je in de betere speelgoedwinkel) maar het kan bijna even goed met tennisballen, stressballetjes of bijvoorbeeld sinaasappels. Die laatste eet je natuurlijk best op na je oefensessie, want in het begin zullen je jongleerballen vaak op de grond vallen.
Je begint best met één en daarna met twee ballen te oefenen. En daarna pas met drie.

Waarom is jongleren nu zo goed voor onze hersenen? Wel, dat komt omdat de rechterkant van ons lichaam door de linkerkant van onze hersenen wordt aangestuurd en omgekeerd. Als je bijvoorbeeld met je rechterhand een beweging maakt, zal het je linker hersenhelft zijn dat aanstuurt. En zet je je linkervoet vooruit, is het je rechter hersenhelft die je zenuwen en spieren prikkelt.

Als je jongleert, maak je met je rechter- en linkerarm dezelfde bewegingen. Om deze ritmische en gespiegelde bewegingen goed te kunnen uitvoeren moeten je linker en rechter hersenhelft dezelfde signalen uitsturen én moeten ze samenwerken. Je rechter hersenhelft wordt dus wat meer gestimuleerd zodat je twee hersenhelften even hard werken. En er ontstaat een soort communicatie tussen je twee hersenhelften. Dat zorgt voor een optimaal gebruik van je hersenen waar je het effect nog een tijdje van kan voelen.

Jongleren is dus ideaal als korte pauze tijdens het studeren of werken. Want je zorgt ervoor dat je twee hersenhelften weer wat beter samen kunnen werken. En dat zorgt voor de optimale combinatie van logica en gevoel, analyse en synthese, structuur en creativiteit.
Veel jongleer-plezier!

Bron: onbekend

De hersenen jongleren graag

Jongleren is een circuskunst. Echter, stelselmatig jongleren stelt ons in staat om onze hersenen te ontwikkelen, onze concentratie en coördinatie te verbeteren, en helpt ons om een goede lichaamshouding te behouden.

Elke keer als we thee drinken, onze schoenen aantrekken of de trap aflopen, staan we er niet bij stil hoe ingewikkeld de bewegingen die door ons lichaam worden uitgevoerd, zijn. We stellen alleen vragen over de precisie en perfectie van bewegingen wanneer we geweldige shows van kunstschaatsers, acrobaten of jongleurs bewonderen. Hun vaardigheden lijken onmogelijk voor gewone mensen, maar het blijkt dat vrijwel iedereen deze onder de knie kan krijgen. Bovendien toont neuropsychologisch onderzoek aan dat zulke schijnbaar rare en nutteloze vaardigheden zeer gunstig voor ons zijn.

Een ongewone ontdekking
Een team van wetenschappers van de Universiteit van Regensburg, onder leiding van Bogdan Draganski, heeft een experiment uitgevoerd waarvan de resultaten beroemd zijn geworden in de wereld van de neurowetenschappen. Onderzoekers verdeelden de proefpersonen in twee groepen. De eerste groep moest in een periode van drie maanden met drie ballen leren jongleren voor ten minste een minuut. De tweede groep onderging deze training niet. De onderzoekers hebben de hersenstructuren systematisch gescand met behulp van Magnetic Resonance Imaging (MRI) om beide groepen te vergelijken. Ze waren op zoek naar veranderingen in de grijze stof van de hersenen als gevolg van de regelmatige jongleer training. Na drie maanden zagen de onderzoekers bij de hersenen van de jongleergroep een significante toename van het volume van de grijze stof in de omgeving van de linker posterieure pariëtale cortex (gebied 3) en aan beide zijden van het midden-temporele deel van de hersenen (gebied 2). Deze gebieden zijn gespecialiseerd in onder andere de verwerking en het opslaan van informatie over hoe we voorwerpen waarnemen en anticiperen op hun beweging.

De resultaten van het experiment zijn om tenminste twee redenen interessant. Allereerst bewijst dit dat ontwikkeling van de hersenen mogelijk is, niet alleen tijdens onze kinderjaren, maar ook gedurende de latere fasen van ons leven. Ten tweede kan zich door zelfs schijnbaar zinloze oefeningen, zoals jongleren met drie ballen, hersenweefsel ontwikkelen op een soortgelijke wijze als gewichtheffen onze spieren ontwikkelt . Het is duidelijk dat deze waarnemingen van belang zijn voor de herstelmogelijkheden en de wederopbouw van beschadigd hersenweefsel tijdens tragische ongelukken of ziekten.

Rat race en hersen abracadabra
De resultaten van Draganski en zijn team bevestigen de bevindingen van eerder onderzoek naar samenhang tussen het gedrag van dieren en de ontwikkeling van hun hersenen. Marian Diamond van de Universiteit van Californië toonde aan dat ratten die in kooien vol met planken, trappen, en loopwielen leefden, een beter ontwikkeld netwerk van celverbindingen in de visuele cortex hebben dan ratten in lege kooien. Bovendien ontdekte Carl Cartman, een andere onderzoeker van de Universiteit van Californië, dat de hersenen van ratten die in loopwielen worden gehouden, een verhoogde hoeveelheid neurotrofinen produceren, dat zijn eiwitten die verantwoordelijk zijn voor de differentiatie en de groei van hersencellen en verbindingen tussen de neuronen. Deze resultaten suggereren dat de rijkdom van iemands ervaringen de ontwikkeling van iemands hersenen positief stimuleert.

De hersenarchitectuur van jongleren
In het experiment van Draganski zijn veranderingen waargenomen in die delen van de hersenen (de zogenaamde “geavanceerde perceptieve verwerking” gebieden) die verantwoordelijk zijn voor het opmerken van voorwerpen en het anticiperen van hun beweging. Een training van drie maanden stimuleerde de ontwikkeling van deze gebieden, die een nauwkeurige ‘beweging-ruimte’ kaart voor een bepaalde taak genereren. Echter, deze gebieden zijn verantwoordelijk voor slechts een fragment van de activiteit van de hersenen die nodig is voor jongleren. De extreme complexiteit van jongleren kan goed worden geïllustreerd met het aantal hersendelen dat bij jongleren betrokken is. Om de beweging van ballen in de lucht te coördineren, moeten onze hersenen de positie van de handen, het hoofd en het gehele lichaam plannen. Deze functies worden beheerd door de prefrontale cortex (gebied 1). Dit is de plaats waar het actieplan wordt gemaakt en waar het hele proces van jongleren wordt gecontroleerd. Dat is mogelijk dankzij een synthese van perceptieve gegevens (gebied 2) en informatie over de positie van het lichaam (gebied 3). Het totale plan voor de bewegingen wordt vervolgens doorgegeven aan de premotorische cortex (gebied 4). Tot de verantwoordelijkheden van dit gebied behoort ook de eerste fase van de verwerking van alle gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van een actie. Net als bij het piano spelen of het eten van een hamburger, is bij het in de lucht houden van drie ballen een complexe sequentie van bewegingen vereist. De coördinatie van deze reeks wordt beheerd door de zogenaamde aanvullende motorische cortex (gebied 5). Dan is de “goede jongleur” aan de beurt, dat is de motor cortex (gebied 6). Dankzij dit deel van de hersenen is de hele truc is mogelijk. Ook wordt een belangrijke rol in het hele proces ingenomen door de basale ganglia (gebied 7) en de kleine hersenen (gebied 8). De basale ganglia zijn voornamelijk verantwoordelijk voor het creëren van de opeenvolging van jongleerbewegingen, terwijl het cerebellum ons toelaat om onze balans te houden tijdens het jongleren, onze oogbewegingen te controleren, de volgorde van de bewegingen te programmeren en routine te brengen in de oorspronkelijk veeleisende en zeer complexe werking van het jongleren. Als de kleine hersenen zijn beschadigd dat kan een aanzienlijke vertraging bij het vangen van de ballen worden waargenomen. Dat heeft te maken met moeilijkheden bij het verplaatsen van de aandacht van de ogen van de ene bal naar de andere. De resterende delen van deze hersenpuzzel worden ingevuld door de hersenstam (gebied 9) en het ruggenmerg (gebied 10). Deze gebieden zijn verantwoordelijk voor het aansturen van de spieren die deelnemen aan het jongleren, de spierspanning en een juiste houding.

 Jongleren is voor iedereen
Psychologisch onderzoek ondersteunt de stelling dat jongleren gunstig is voor de hand-oog coördinatie, het gevoel voor ritme, de reflexen, het evenwichtsgevoel en een goede houding van het lichaam. Daarom is het niet verwonderlijk dat psychologen steeds vaker jongleren aanbevelen als een behandeling bij vele stoornissen. Bijvoorbeeld het Centre for Dyslexia, Dyspraxia and Attention Disorder (DDAT) in Kenilworth (Engeland), heeft in haar therapieën verschillende oefeningen opgenomen, zoals het vangen van ballen, jongleren en het balanceren op de rola-bola (een plank op een buis). Onderzoek uitgevoerd door Carole Smith suggereert dat jongleren – en de daaruit voortvloeiende verbeteringen in de hand-oog coördinatie – bijdragen aan de ontwikkeling van lees- en schrijfvaardigheid.

Ook veel leraren in Polen zijn overtuigd van de positieve effecten van jongleren. Zij moedigen kinderen aan om mee te doen aan verschillende ongebruikelijke activiteiten, die in het algemeen als circus pedagogie worden bestempeld. Door het leren van jongleren, acrobatische stunts, clownerie en pantomime, worden kinderen bewust van hun lichaam, worden ze de opeenvolging van complexe bewegingen meester en trainen ze hun concentratie.

Jongleren wordt nog steeds populairder onder volwassenen die in persoonlijke ontwikkeling geïnteresseerd zijn. Sinds het begin van de jaren 1980 worden managers en werknemers van bedrijven geleerd te jongleren tijdens bijeenkosten en workshops die gewijd zijn aan persoonlijke ontwikkeling, time management en projectmatig werken. In vele organisaties, zoals Bell Labs, Microsoft, Apple Corporation of Massachusetts Institute of Technology, zijn er actieve jongleer clubs. Steeds meer en vaker worden jongleer vaardigheden als vereiste gezien voor leidinggevend personeel. Het is ook vermeldenswaardig dat het werkwoord “jongleren” ook het vermogen om tegelijk met verschillende problemen om te gaan, kan betekenen. Het gooien van ballen kan dan ook als een prachtige metafoor gezien worden voor het realiseren van verschillende projecten tegelijk. Net zoals het toevoegen van een extra bal vraagt om een totale reorganisatie van het bewegingsverloop, dwingt de invoering van nieuwe taken ons op een vergelijkbare manier om het huidige plan van aanpak aan te passen.

Jongleren bleek ook een succesvolle manier om het stressniveau te verlagen. Jongleren introduceert een ontspannen staat van concentratie, waarin lichaam en geest op hetzelfde moment actief en in rust zijn. Een toenemend aantal artsen en therapeuten erkent de therapeutische waarde van jongleren. Carl Simonton, een arts en psycholoog, introduceerde jongleren bij patiënten in een van de ziekenhuizen in de VS als een manier om te ontspannen. Hij is van mening dat jongleren een goede therapie is om te voorkomen dat iemand zich met triviale zaken bezighoudt. Echter, bewustzijn van de gunstige gevolgen van het jongleren is niet genoeg om jongleren onderdeel te maken van onze dagelijkse activiteiten op school of werk. Afgezien van een goede leraar, duidelijke instructies, vastberadenheid, en een paar minuten vrije tijd, is het noodzakelijk om het vooroordeel te overwinnen dat jongleren alleen geschikt is voor straatgoochelaars en niet voor gewone mensen. Het is beter om dit vooroordeel te vervangen door een ander: een goed ontwikkeld stel hersenen, dat is te moeilijk voor mij. Je zult zien dat het veel gemakkelijker is om je van dit tweede vooroordeel te ontdoen. Veel succes bij je jongleer training!

Auteurs: Mirosław Urban, Paweł Fortuna, Piotr Markiewicz
Eerder gepubliceerd in Characters – Polish Psychological Magazine, 2005 nr. 5
Bron: http://benefits-of-juggling.blogspot.com

Enkele aantekeningen bij jongleren

Jongleren leert ons geduld en laat ons zien dat we, als we maar volhouden, dingen kunnen doen waarvan we misschien eerst dachten dat die onmogelijk waren. Het doet ons ook geloven dat ogenschijnlijk onmogelijke dingen soms het resultaat van ons nogal gekanaliseerd denken. Het is een heerlijk levenselixer en een vreemde mix van geestelijke en lichamelijke inspanning. Het is een zeer positieve leerervaring. Hieronder doet Jonathan Hare van het Creative Science Centre in Brighton verslag van zijn ervaringen. Lees meer over dit bericht

Specifiek trainen

In de sportwereld is specifiek trainen een toverwoord. Het houdt in dat de coördinatie tijdens de training zoveel mogelijk moet lijken op die van de wedstrijd. De beste training voor wedstrijdschaatsen is dus het schaatsen zelf. Maar Jos de Koning, zo’n beetje de bekendste schaatsonderzoeker ter wereld, brengt hier tegen in: “Stel nou dat je bij de afzet in de bocht niet meer kunt wegdrukken dan zo’n honderd kilo, dan kun je rondjes rijden tot je een ons weegt, maar je afzet zal niet snel krachtiger worden. Je moet dan het krachthonk in. Daar druk je met gemak veel meer kilo’s weg, alleen is die beweging veel minder specifiek. Waar het optimum ligt in de verdeling tussen specifiek en aspecifiek, geen idee”

Orie, als bewegingswetenschapper opgeleid aan de VU, doet zelf onderzoek met zijn schaatsers, bijvoorbeeld naar hun ademhaling. “Van bergbeklimmers is bekend dat, hoe ervarener ze zijn, des te beter ze hun ademhaling afstemmen op het loopritme. Bij schaatsen moet het ritme van afzetten goed aansluiten op het ritme van de ademhaling. Hoe schaatsers dit doen weten we niet precies. Maar het lijkt er sterk op dat deze afstemming perfect verloopt als ze in topvorm zijn.” 

Een van de leermeesters van Orie aan de VU was prof dr Peter Beek. Beek is gespecialiseerd in coördinatie en heeft veel onderzoek gedaan bij jongleurs en drummers. Hij kiest ook de kant van De Koning. “Er is waarschijnlijk nog veel vooruitgang te boeken op het gebied van coördinatie. Bijvoorbeeld hoe we bewegingen aanleren. Een belangrijke discussie onder wetenschappers is het onderscheid tussen expliciet en impliciet leren. Van oudsher leren we sporters bewegingen expliciet aan, dat wil zeggen we beschrijven hoe ze de beweging moeten uitvoeren. Na veel oefenen kan de sporter de beweging gedachteloos uitvoeren, maar de kennis van de beweging is nog altijd aanwezig. Rich Masters liet begin jaren negentig in een experiment zien dat golfers die een beweging impliciet geleerd hebben, dus zonder dat ze specifieke kennis van de slag hebben, onder stress beter presteren dan sporters die de beweging expliciet hebben geleerd. Sporters met specifieke kennis hebben de neiging onder stress hun handelen opnieuw te gaan analyseren.” 

De Duitse onderzoekster Gabriële Wulf maakt onderscheid tussen sporters die intern en extern gericht zijn. Het laatste werkt beter. Skiërs die zich moesten concentreren op hun benen, presteerden minder dan skiërs die zich moesten focussen op de piste. Blijkbaar gaat het erom niet teveel na te denken over de beweging zelf. 

De Duitser Wolfgang Schöllhorn tenslotte gaat nog een stap verder. Beek: “Hij werkt veel met sporters en verbaast zich erover dat die vaak na verloop van tijd tegen een plafondwaarde aanlopen, ook al blijven ze trainen. Volgens Schöllhorn komt dit doordat ze hun ingestudeerde bewegingen te vaak herhalen. De hersenen zitten ‘vast’ in die beweging. Schöllhorn gaf goede amateurkogelstoters, die al tijden tegen hun plafond aan zaten, de opdracht om allerlei nieuwe rare bewegingen te maken voordat ze de kogel stootten. Het werkte, ze konden hun grens weer verleggen. Het idee erachter is dat het brein op te vatten is als een oplossingen genererende machine. Door de boel ‘op te schudden’ prikkel je de hersenen om weer naar nieuwe oplossingen te zoeken.” 

De Groningse onderzoeker dr Theo Mulder kan zich hier helemaal in vinden. Mulder, die werkt bij de faculteit bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen, is auteur van het boek  De Geboren Aanpasser, dat handelt over het menselijk brein en veel gelezen wordt door trainers. Mulder, die zelf overigens niets met sport heeft, geeft aan dat het eindeloos herhalen van dezelfde beweging ook in zijn ogen averechts kan werken. “Een atleet die jarenlang op één plek traint, presteert minder als hij op een andere atletiekbaan een wedstrijd moet lopen. Mensen die lang op zee zijn geweest en daar moeiteloos hun taken uitvoeren, presteren minder als ze diezelfde taken plotseling op land moeten uitvoeren. De mens heeft adaptatietijd nodig. Daarom is het dus bijvoorbeeld heel verstandig om als voorbereiding op een wedstrijd tijdig te gaan trainen op de ijsbaan in Turijn en te wennen aan de omgeving. Maar beter is nog om altijd veel variatie aan te brengen in de training, door de hoeveelheid licht te variëren, geluid etcetera. Profgolfers trainen regelmatig op een andere ondergrond, zand, grind, rubber. De vader van de bewegingswetenschappen, Nikolai Bernstein, zei altijd learning is repetition without repetition.” 

Wellicht kunnen jongleurs deze tips ook toepassen. Ieder podium is qua ruimte en belichting anders. Train dus niet altijd in dezelfde omgeving.

Bron: http://www.nwtonline.nl/00/NT/nl/47/artikel/2218/Sneller__hoger_minder.html

Jongleren traint heel het brein

Jongleren heeft diverse voordelen, zowel in fysiek als sociaal opzicht. Wanneer het ingevoegd wordt in het lesprogramma, kan het ook positieve effecten op de schoolprestaties van leerlingen hebben. Hieronder worden maar liefst 15 voordelen toegelicht.

1. Jongleren oefent en integreert de linker en rechter hersenhelft
Wanneer je voor het eerst leert jongleren, dan breek je het leerproces op in kleine stappen. Je gebruikt dan volgens psychologen je linker hersenhelft, de logische, analytische en smal gerichte aandacht kant. Als je eenmaal hebt geleerd te jongleren, dan ga je meer de rechter hersenhelft gebruiken, de kant die meer intuïtief en holistisch is. Wanneer dit gebeurt, wordt jongleren meer een automatisme en werkt het ontspannend. Sommigen noemen dit bewegingsmeditatie. De afwisseling van beweging van de linker en rechterkant van het lichaam verandert letterlijk onze focus van rechts naar links en omgekeerd.

2. Onderzoek heeft relatie tussen hand-oog coördinatie en schrijf- en leesvaardigheid aangetoond
Scholen geven les in jongleren om theoretisch onderwijs te ondersteunen. De ogen bewegen van links naar rechts en vice versa, en de beweging verbetert concentratie, stimuleert het doorzien van opeenvolgende reeksen en vergroot het kunnen volgen van dingen met de ogen.

3. Onderzoek heeft aangetoond dat de verbindende cellen in de hersenen altijd kunnen aangroeien
Zenuwcellen zijn bestemd om door nieuwe prikkels gestimuleerd te worden waardoor een rijke hersenstructuur wordt opgebouwd. Het leren van nieuwe dingen creëert een reserve van samengepakte connecties die ons gedeeltelijk beschermen tegen celverlies zoals bij de ziekte van Altzheimer het geval is. Onderzoekers zeggen dat de hersenen het meeste baat hebben bij het leren van exotische en ongewone dingen. En wat is meer exotisch dan jongleren?

4. Jongleren is een opsteker voor het zelfvertrouwen
Jongleren geeft kinderen en volwassenen een tastbaar bewijs van een prestatie. Wanneer leerlingen in staat zijn om voor volwassenen en andere leerlingen op te treden, dan neemt het de zelfvertrouwen een hoge vlucht. Het feit dat we iets niets hebben geleerd dat tot voor kort nog onmogelijk leek, leidt er toe dat we nog eens met een andere blik naar dingen kijken waarvan we dachten dat we het niet konden. Het werpt nieuw licht op al onze overtuigingen over wat mogelijk is.

5. Leerlingen die regelmatig energiek bewegen pakken theoretische taken daarna beter op
In het lesprogramma kunnen pauzes worden ingeroosterd die door de leerlingen zelf ingevuld worden. Omdat elke leerling in zijn eigen tempo werkt, met z’n eigen materiaal en in een omgeving die inspanning en prestaties beloond, is de activiteit heel veilig en niet storend.

6. Jongleren maakt van iedereen een deelnemer
We hebben de neiging om onszelf vanaf het 12e jaar in te delen bij toeschouwers of deelnemers. Bij jongleren speelt iedereen mee. Jongleren is niet competitief wanneer het individueel wordt gedaan en vraagt om samenwerking wanneer twee of meer mensen samen iets doen. Voor veel volwassenen is het de eerste fysieke vaardigheid die ze sinds lange tijd weer leren.

7. Jongleren is leuk
Vanuit een spelsituatie hebben mensen altijd het beste geleerd. Jongleren haalt mensen uit hun mentale ‘groeven’ en helpt ze om open te staan voor nieuwe ideeën en mogelijkheden.

8 Jongleren biedt een effectieve ‘hersenpauze’ die vergelijkbaar is met ‘er een nachtje over slapen’
Jongleren wordt in het bedrijfsleven gebruikt om de creativiteit te vergroten en als innovatieve methode bij het oplossen van problemen.

9 Jongleren activeert de hersenen
Een groot deel van de leerlingen hangt thuis alleen op de bank voor de tv en op de meeste scholen slapen ze in de schoolbanken verder. Jongleren krijgt leerlingen in beweging waardoor ze veel zuurstof in hun hersenen krijgen.

10. Iedereen kan meedoen
Jongleren is een activiteit waarin zowel mannen als vrouwen expert kunnen worden en waarbij grootte en kracht geen voordelen zijn. Iedereen kan deelnemen, zelfs degenen die gewoonlijk door atleten genegeerd worden. Omdat jongleren een individuele sport/kunst is, is het moeilijk om negatieve vergelijkingen te maken over de vaardigheden van anderen. Lof is onderdeel van het proces.

11. Jongleren is een geweldig model voor het leren in het algemeen
We leren jongleren door het oprapen van de ene gevallen bal na de andere. Het is niet door succes, maar door de vele kleine foutjes (gevallen ballen) dat we het leren. We leren van die kleine foutjes en blijven het proberen tot we het onder de knie hebben. Door te jongleren leren we dat we met oefening, geduld en volharding grote dingen voor elkaar kunnen te krijgen.

12. Voor jongleren is weinig ruimte nodig
Leerlingen hebben niet meer ruimte nodig dan hun eigen schoollokaal en misschien een klein gedeelte van de gang of een deel van het schoolplein, wanneer het stadium van de jongleerdoekjes voorbij zijn. Volwassenen kunnen discreet naar een rustig deel van het kantoor gaan en daar rustig oefenen met jongleerdoekjes. Het benodigde materiaal kan gemakkelijk meegenomen worden.

13. Jongleren heeft een grote spin-off naar het leren van andere fysieke vaardigheden
Veel atleten hebben geleerd dat jongleren hun reflexen en ruimtelijk bewustzijn verbetert, evenals hun nauwkeurigheid bij het gooien, vertrouwen bij het vangen en het intern beleven van schoonheid en ritme.

14. Jongleren verruimt de mogelijkheden van het onderwijsprogramma
Jongleren is niet alleen voor atleten en kunstenaars. Iedereen is een leerling omdat er altijd nog meer te leren valt. Iedereen kan een onderwijzer worden en leerlingen groeien door volwassenen hun nieuw verworven kunsten te leren. Daarom leren leerlingen als ze bij het onderwijsprogramma worden betrokken, veel meer dan wanneer ze alleen door een leraar worden onderwezen.

15. Jongleren is een perfecte metafoor voor het leven in het algemeen
We worden continu gevraagd om meer projecten, prioriteiten en mensen ‘in de lucht te houden’. Leren jongleren is een perfecte manier om de stress van onze mentale balanceer kunsten te verlichten.

Bron: ‘Juggling and whole brain training’ van Laurie Young en Kay Caskey (Laughter works)

De voordelen van het leren jongleren bij kinderen

Dave Finnegan is jongleur en antropoloog en heeft verschillende boeken geschreven over jongleren en de impact daarvan. In dit ‘klassieke’ artikel gaat hij in op de voordelen van het inpassen van jongleren in het onderwijs. 

Voordelen op het gebied van conditie, motorische vaardigheden, balans en coördinatie

Leerlingen kunnen beginnen met het verwerven van pre-jongleer vaardigheden in de basisschool door te leren gooien en vangen van grote, kleurrijke, langzaam bewegende nylon doekjes. Zodra het gooien en vangen routine wordt, kan je voor de meeste spelletjes, waarvoor je normaal een balletje of pittenzakje zou gebruiken, een nylon doekje gebruiken. Denk maar aan het doekje als een “bal met zijwieltjes.”

Het jongleren met doekjes vordert stapsgewijs van één, naar twee, naar drie. Het gooien van doekjes vereist grote, vloeiende bewegingen. De kinderen krijgen een grote cardio-vasculaire en pulmonale impuls wanneer ze met doekjes jongleren; ze activeren de grote spieren dicht bij het hoofd en het hart. Ze vinden het jongleren met doekjes een hele klus maar beleven er tegelijkertijd veel plezier aan. Zodra ze doorstromen naar pittenzakjes, balletjes of andere snel bewegende voorwerpen, zijn ze niet alleen in beweging zijn door het gooien, maar ook door het bukken om de gevallen voorwerpen op te rapen. Zodra een leerling echt kan jongleren, kan die gaan ‘trainen’ met zwaardere of omvangrijkere voorwerpen zoals zware ballen, basketballen of andere voorwerpen die kracht vergen terwijl ze ook aandacht en beweeglijkheid verbeteren.

Het gooien en vangen kan op muziek worden gedaan. Je kunt verschillende soorten muziek gebruiken om kinderen een gevoel voor ritme en een natuurlijke ‘beat’ bij te brengen. Door te laten overgooien, kunnen de leerlingen aan een groepsactiviteit deelnemen waarbij concentratie en aandacht nodig is en het ritmegevoel versterkt wordt.

Terwijl leerlingen leren jongleren, leren ze tegelijkertijd ook balanceren. Het is van vitaal belang om kinderen de kans te geven om zowel hun dominante als niet-dominante hand te gebruiken. Bij jongleren gebeurt dit automatisch. Vanaf het allereerste begin moeten de ogen de voorwerpen volgen en overschrijden ze voortdurend de grens tussen linker en rechter blikveld. Tweehandigheid is van vitaal belang om echt te jongleren. Jongleurs worden grotendeels tweehandig en dit is gunstig voor leerlingen wanneer ze aan andere sporten deelnemen.

Als het jongleren beter gaat, zullen ook de gooi- en vangvaardigheden verbeteren evenals de hand-oog coördinatie. Leerlingen die leren jongleren, zullen ook andere vaardigheden gemakkelijker verwerven, gedeeltelijk als gevolg van verbeterde reflexen en de hand-oog coördinatie, en deels omdat ze hebben geleerd om te leren. Ze verkrijgen hun jongleervaardigheden stap voor stap en dit kan als voorbeeld dienen om te begrijpen hoe ze andere vaardigheden kunnen verwerven.

Voordelen voor gedrag, omgang met anderen en houding

Een klassikaal jongleer programma geeft docenten extra controle over het gedrag van de kinderen. Zodra pauzes om te jongleren zijn ingeroosterd, kan het een krachtig hulpmiddel worden om de aandacht van leerlingen voor een taak en de sfeer in de klas te verbeteren. Vooral fysiek actieve leerlingen zullen voorstander zijn van jongleer pauzes. Deze groep bevat waarschijnlijk de leerlingen met de grootste gedragsproblemen. Deze leerlingen kunnen wellicht uitblinken in jongleren, waar ze niet kunnen uitblinken op school. Zij hebben behoefte aan pauzes om te bewegen en zullen het meest profiteren van het jongleren.

Jongleren geeft leerlingen een manier om met elkaar communiceren door samen aan een groepstaak te werken, door vaardigheden uit te wisselen en door elkaars vooruitgang te volgen. Ze krijgen aandacht van familie en vrienden als ze hun vaardigheden laten zien En ze krijgen respect en maken nieuwe vrienden wanneer ze die vaardigheden aan anderen onderwijzen. Zoals een leerkracht eens opmerkte: “We hebben veel nieuwe kinderen op deze school. Ze kijken naar het jongleerprogramma, raken er betrokken bij en hebben meteen vrienden. Het is geen trucje, het is gewoon een prachtige manier om het gevoel van eigenwaarde te verbeteren. Door dit programma hebben wij een grote groep kinderen kunnen doorleiden naar de middelbare school … “

Leerlingen die het stap-voor-stap leersysteem van jongleren begrijpen, doen het goed in al hun andere vakken omdat ze niet ontmoedigd raken. Ze verbeteren hun houding ten opzichte van het leren van nieuwe vakken en het verwerven van nieuwe vaardigheden. Ze aarzelen niet om uitdagingen aan te gaan, net zoals zij de uitdaging van het leren jongleren hebben aanvaard. Deze houding van vertrouwen en acceptatie van risico’s geeft de leerlingen die betrokken zijn bij een jongleerprogramma een zekere voorsprong op degenen die dat niet zijn.

Wanneer leerlingen zover zijn en met succes optreden voor volwassenen of andere leerlingen, neemt hun gevoel van eigenwaarde enorm toe. De sleutel tot een verhoogde zelfwaardering is de realisatie van je eigenwaarde, en niets brengt kinderen hier dichterbij dan lof en applaus van leeftijdsgenootjes en volwassenen. Een facet van het jongleerprogramma is dat iedere leerling voortdurend aan vrienden en ouders kan laten zien wat het kan. In het programma wordt de leerlingen ook de mogelijkheid geboden om jongleervoorstellingen te organiseren waardoor de podiumpresentatie van de leerlingen en de cohesie op de school verbeteren. Het verbeterde zelfbeeld leidt tot meer inzet voor zowel motorische als intellectuele uitdagingen, waardoor een zichzelf versterkend systeem wordt gecreëerd.

Leerstijlen en het stimuleren van het leerproces

Scholen zijn in toenemende doordrongen van het feit dat leerlingen tal van uiteenlopende leerstijlen hebben. Toch vinden nog veel leraren het moeilijk om te werken met diverse stijlen, met name die het verst van hun eigen stijl afstaan. Het is interessant dat de leerstijlen waarmee de zeer verbale en ‘bureaugerichte’ leerkrachten het moeilijkst mee kunnen werken in het traditionele klaslokaal, de stijlen zijn die het eenvoudigst zijn toe te passen in een jongleerprogramma. Ruimtelijk georiënteerde leerlingen visualiseren graag jongleerpatronen.  Ze leren goed met video’s en houden er van om de jongleerpatronen te doorgronden met behulp van hun ‘innerlijk oog’. Muzikale leerlingen genieten van het ritmische karakter van jongleren. Lichamelijk en kinesthetisch georiënteerde leerlingen waarderen de mogelijkheid om in beweging te komen op een georganiseerde manier, de interactie met de ruimte en verkrijgen kennis door middel van lichamelijke gewaarwordingen. Sociaal gerichte leerlingen houden van de mogelijkheden van het uitwisselen, vergelijken, verbinden en samenwerken dat jongleren, en uiteindelijk een uitvoering, biedt. Zelfs naar binnen gerichte leerlingen kunnen betrokken raken bij jongleren als ze alleen kunnen werken, hun eigen doelen stellen, hun eigen interesses nastreven, en werken in hun eigen tempo en ruimte.

Het is zeker opmerkelijk dat leerlingen die goed zijn in logica en wiskunde, al lang geassocieerd worden met jongleren. Wetenschappers en onderzoekers die werken met computers, en met name wiskundigen, zijn oververtegenwoordigd bij de beste jongleurs. De deelnemers van jongleerfestivals hebben vaak een wetenschappelijke graad. Bell Labs, Microsoft, MIT, Stanford en Apple Corporation hebben allemaal al jarenlang een jongleerclub. Zelfs het internet heeft een enorme interesse in jongleren laten zien. Al meer dan 55.000 mensen hebben de jongleerinformatiedienst op internet bezocht. Dit is ongetwijfeld te wijten aan het experimentele karakter van de kunst, waar beoefenaars patronen en relaties moeten uitvinden, werken met numerieke concepten, vragen stellen, complexen problemen verkennen en deze logisch oplossen.

Zelfs taalgerichte leerlingen kunnen worden betrokken bij jongleren, als zij er vroeg genoeg mee in aanraking komen Er is voldoende werk voor ze te doen in het presenteren of het vastleggen van de geschiedenis van de kunst. Poëzie of het vertellen van een verhaal bij het jongleren kan de manier zijn waarop deze ‘woordspelers’ kunnen worden betrokken.

Het lijkt riskant om dertig leerlingen los te laten in een klaslokaal met negentig voorwerpen (of meer) in de buurt om ermee te gooien, maar het tegendeel is waar. Jongleerbewegingen zijn klein en heel geconcentreerd. Leerlingen moeten enige zelfdiscipline hebben om goed mee te doen en leren al snel dat het jongleren beter gaat als ze zich beheersen. Geconcentreerd gedrag wordt automatisch beloond met succes. Het stap-voor-stap paradigma dat gebruikt wordt om te leren jongleren, kan gebruikt worden door de leraar als een model voor het leren van elke vaardigheid of vorm van discipline die dezelfde strategie vereist.

Voordelen op academisch terrein

Onderzoek heeft aangetoond dat er een directe relatie bestaat tussen hand-oog coördinatie en het vermogen om te lezen, schrijven en redeneren. Er zijn sterke aanwijzingen voor een relatie tussen jongleren aan de ene kant en lezen, wiskunde, schrijven en andere persoonlijke gebieden aan de andere kant. Het meest overtuigende bewijs voor een relatie komt tot nog toe naar voren uit het werk van dr. Carole E. Smith, specialist in lichamelijke opvoeding, Haar werk laat zien dat door te leren jongleren zowel het schrijven als de leesvaardigheid verbetert. Haar onderzoek bevestigt het gedachtegoed van Maria Montessori en Jean Piaget, die beiden de hypothese hadden dat grove motoriek en de tactiele sensatie cognitief leren bevorderen. Als elke leerling leert om te jongleren in de basisschoolleeftijd en ze voortdurend beloond worden om hun jongleervaardigheden te verbeteren, dan moeten hun academische prestaties dienovereenkomstig verbeteren.

Onderzoek toont ook aan dat als leerlingen regelmatig opstaan en energiek bewegen, ze theoretische vakken weer fris oppakken en dan beter leren. Wanneer jongleren als centraal thema wordt gebruikt, kan een klassikaal fitness programma in de pauzes door de leerlingen zelf worden opgezet en geleid. Omdat elke leerling in z’n eigen tempo werkt, met z’n eigen materiaal, en in een omgeving die prestatie en inspanning beloont, is de activiteit volledig veilig en zal deze niet verstorend werken. Jongleren is als het hebben van een rechter hersenhelft pauze in een linker hersenhelft dag’. Het is ‘low-impact aerobics’, waardoor de grote spieren dicht tegen het hoofd en het hart ritmisch en energiek geactiveerd worden, zodat bloed naar de hersenen gepompt wordt.

Een groot deel van de kinderen komt als ‘hangjongere’ naar school en de typische schoolomgeving maakt een ‘brave stilzitter’ van hen. Door het creëren van een verbinding tussen de school en de gymnastiekzaal of speeltuin, kan de leraar de leerling zien als een heel persoon, niet alleen als een ‘leerhoofd’. Vaardigheden kunnen worden geleerd die elke dag gretig op school zullen worden beoefend en elke avond en in het weekend thuis. Het is een leeractiviteit waar je je hele leven lang mee bezig kunt blijven. Jongleren brengt geen teamsport of competitie met zich mee. Het gaat om individuele vaardigheden en samenwerkingsactiviteiten die door de leerlingen in hun eigen tempo worden ontwikkeld.

Als leerlingen worden betrokken bij het onderwijs en evaluatieproces, leren ze veel meer dan wanneer ze gewoon onderwijs van een leraar krijgen in een vaardigheid of onderwerp. Het jongleerprogramma van Dave Finnigan is ontworpen om te worden ingeleid door een leraar, maar wordt beheerd door de leerlingen zelf. Het is niet nodig dat de leraar ook weet hoe je moet jongleren, maar dat zal bijna altijd het geval zijn, ongeacht wat de eerdere ervaring van de leraar met fysieke activiteiten is. Er zijn verschillende instructievideo’s voor kinderen die afgespeeld kunnen worden waardoor leerlingen direct mee kunnen doen met de kinderen op de video. Dit onderwijsprogramma voor kinderen bevat het formuleren en monitoren van doelen, waarbij leerlingen elkaars vooruitgang op een leuke en ongedwongen manier kunnen evalueren. Er zit geen negatief stigma op falen in deze evaluatie. Omgekeerd is er een grote mate van positieve beloning die inherent is aan samenwerken, doorzettingsvermogen, en het uiteindelijk verwezenlijken van de doelstelling. Discipline en regelmatig oefenen zijn natuurlijke resultaten van het proces, net zoals wanneer een groep vrienden elkaar uitdaagt om te leren skateboarden, frisbee gooien of hacky-sack spelen. Leren jongleren maakt gebruik van een stap-voor-stap zelfregulerend probleemoplossend systeem met automatische beloning op alle niveaus van prestatie.

Er zijn geen verliezers in dit proces, alleen maar winnaars!

Omdat je alleen stap voor stap kunt leren jongleren is jongleren is een geweldig model voor leren in het algemeen. Jongleervaardigheden nemen continu toe en leerlingen kunnen hun vorderingen zien en waarderen alsook de vordering van anderen vanaf de eerste les. Het is een activiteit die deelnemers onmiddellijk beloont voor oefening waarbij de opbrengsten rechtevenredig zijn met de duur en de kwaliteit van de inspanning. In dit verband is jongleren net als het oefenen van lezen, spelling of wiskunde. Op dit cumulatieve stapvoor stap leerproces kunnen leerlingen herhaaldelijk worden gewezen.

Leraren zouden jongleren en theorie in de volgende projecten met elkaar in verband kunnen brengen:

1. Het lezen van of maken van verslagen van boeken over het circus of de geschiedenis van het jongleren. 2. Het bijhouden van een dagboek van prestaties en records, waarbij wordt ingegaan op de frustraties en vorderingen. 3. Het uitzenden van leerlingen naar andere, nabijgelegen scholen om daar andere leerlingen te leren jongleren. 4. Het uitzenden van leerlingen naar bijeenkomsten in de wijk of van het onderwijs om ze daar te laten optreden. 5. Het deelnemen aan een jongleerfestival met de hele klas 6. Het maken van een excursie naar een circus om daar achter de schermen jongleurs te ontmoeten. 7. Het organiseren van jongleer spelletjes op de jaarlijkse sportdag. 8. Het maken van video ‘Hoe leer je jongleren?’ als klassikaal of individueel project.

En waarom zou je niet een eigen onderzoek doen naar de relatie tussen jongleren en lezen, gedragspatronen en andere zaken? Kijk of het lezen beter gaat als leerlingen zich beter kunnen concentreren en bij hun taak kunnen blijven. Je zult een daling van storend gedrag zien en verrast zijn om te ontdekken dat je beste jongleurs niet noodzakelijkerwijs de meest atletische leerlingen zijn. En je dacht dat jongleren iets was dat je alleen in het circus zag…

 

Bron: The benefits of learning to juggle for children

De voordelen van het gebruik van jongleermaterialen op scholen

Jongleermaterialen, in het bijzonder jongleerballen, diabolo, devil sticks en poi’s, hebben een antropologische achtergrond en illustreren het menselijk vermogen om te spelen. De laatste tijd is de kunst van het jongleren in populariteit gestegen dankzij de erkenning van de  waarde ervan. Er is een breed scala van voordelen die samenhangen met het gebruik van deze materialen in het onderwijs, dat zich uitstrekt van de intellectuele en fysieke ontwikkeling van leerlingen tot de emotionele en sociale aspecten bij lichamelijke opvoeding. Dit artikel geeft een analyse van de haalbare voordelen van integratie van het gebruik van jongleermaterialen in het lesprogramma en bij lichamelijke opvoeding op scholen.

 6000 jaar oud
De vaardigheden van de hedendaagse jongleerkunst hebben hun wortels diep in de inheemse tradities van vele culturen. Vanaf hun verre oorsprong, die in ieder geval teruggaat tot het Egypte van 4.000 jaar geleden, zijn wereldwijd jongleertechnieken ontwikkeld en dat heeft, met name in de laatste twee eeuwen, geleid tot de moderne instellingen die bekend zijn om hun jongleren. De laatste tijd is de kunst van het jongleren steeds populairder geworden en heeft wetenschappelijke aandacht gekregen, omdat de waarde van deze activiteiten steeds beter wordt begrepen. Het proces van leren jongleren blijft niet beperkt tot het perfect uitvoeren van één bepaalde taak, maar wordt met vele aspecten van ontwikkeling en sociale interactie in verband gebracht, met name bij de opvoeding van kinderen. Dit artikel geeft een overzicht van de voordelen van het gebruik van jongleermateriaal, zoals jongleerballen, diabolo, devil stick, poi’s, in het lesprogramma en bij lichamelijke opvoeding. Het gebruik van deze materialen is bekend onder verschillende namen, bijvoorbeeld ‘circusspel’ of ‘kleine circustechnieken’, maar hieronder wordt het allemaal ‘jongleren’ genoemd. Dit onderzoek verkent vier categorieën van voordelen van het jongleeronderwijs voor leerlingen, in het bijzonder de intellectuele, fysieke, sociale en emotionele voordelen, samen met een korte bespreking van de voordelen voor bredere schoolgemeenschappen.

Jongleren op scholen
Het gebruik van jongleermateriaal is voor scholen een toegankelijke en praktische activiteit, omdat het materiaal betaalbaar, veilig, duurzaam en compact is en door de onderwijzers eenvoudig op te slaan en te vervoeren is. Voor jongleren is alleen de gebruikelijke locatie voor lichamelijke opvoeding nodig, binnen of buiten, om een alternatief te bieden voor lichamelijke activiteiten op een regenachtige dag. Scholen die jongleren in hun schoolse en buitenschoolse activiteiten integreren, vergroten voor leerlingen ook het aantal mogelijke onderwerpen op wiskundig, wetenschappelijk, fysiek en artistiek vlak. Bovendien zijn jongleeractiviteiten goed toegankelijk voor alle leerlingen en bieden ze oneindig veel mogelijkheden voor leerlingen met verschillende niveaus, behoeften en leerstijlen. Introductie van jongleren draagt bij aan een betere sfeer op school en verhoogt de prestaties en de uitstraling van de school. Het grootste voordeel voor scholen is echter de ontwikkeling van de belangrijkste elementen binnen hun organisatie: de individuele leerlingen.

Intellectuele voordelen
Hoewel de talrijke voordelen van jongleren in veel categorieën vallen, zijn de intellectuele prestaties van de leerlingen misschien wel het meest opvallend. Intellectuele capaciteiten die met behulp van jongleren ontwikkeld worden, hebben vergaande toepassingen, vooral bij alfabetiserings, cognitieve, psychologische en onderwijskundige vaardigheden. Jongleren integreert en ontwikkelt fundamentele cognitieve vaardigheden, zoals kritische analyse, conceptualisatie van modellen, ruimtelijk inzicht en begrip van patronen, ritme en reeksen. De bredere toepassing hiervan ondersteunt de ontwikkeling van wetenschappelijke en wiskundig analytische vaardigheden. Deze voordelen liggen in het bereik van alle leerlingen  ongeacht leerstijl, sterkte en intellect , met inbegrip van verbaal, ruimtelijk, muzikaal, kinesthetisch, intra- en interpersoonlijk leren.

In termen van directe schoolprestaties bevordert jongleren een aantal onderwijskundige deugden zoals concentratie, geduld, doelgerichtheid en doorzettingsvermogen. Jongleren moedigt bijvoorbeeld leerlingen direct aan om zich te concentreren op specifieke taken, een voordeel dat bijdraagt aan een betere concentratie bij andere vakken. Leerlingen oefenen ook geduld en volharding bij het jongleeronderwijs, omdat beloning en vordering in kleine stapjes gaan en afhankelijk zijn van hun inzet. Zo wordt doorzettingsvermogen versterkt bij de leerlingen wanneer ze ‘met specifieke taken bezig blijven’, terwijl veerkracht wordt ontwikkeld via natuurlijke fouten waaruit de leerlingen ‘terugveren‘. Doelgerichtheid is inherent aan jongleren; leerlingen leren begrijpen dat ze doelen moeten stellen om concrete prestaties te bereiken.

Gezien deze factoren, is het geen verrassing dat jongleren in verband wordt gebracht met betere schoolprestaties van leerlingen. Wegens de omvang en de diversiteit van mentale middelen die nodig zijn bij jongleren, heeft het ook voordelen voor specifieke vakgebieden, zoals muziek, wetenschap, kunst, wiskunde, lichamelijke opvoeding en podiumkunsten. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van jongleermateriaal gekoppeld is aan verbeteringen van zowel lees- als schrijfvaardigheid. Deze verbeteringen zijn toegeschreven aan een betere ‘tracking’, dat wil zeggen het met de ogen volgen van objecten, en aan de verbetering van de fijne motoriek. Andere onderwijskundige voordelen zijn verbeteringen in leervermogen. Wanneer leerlingen bijvoorbeeld tijdens een pauze fysiek actief zijn, kunnen ze daarna hun schooltaken weer verfrist oppakken waardoor ze beter leren. Het is een ‘rechter hersenhelft pauze in een linker hersenhelft werkdag’, een fenomeen dat met jongleren eenvoudig benut kan worden.

Leervermogen wordt ook bevorderd door meer waardering voor de processen die betrokken zijn bij leren en onderwijzen. Jongleren versterkt het vermogen van deconstructieve en reconstructieve vaardigheden en activiteiten, een deel van het logisch categoriseren en benoemen dat gepaard gaat met leren. Het toepassen van jongleren impliceert inzicht in de educatieve benadering van elke taak, waardoor leerlingen vaardigheden ontwikkelen zoals ‘leren leren’. Als gevolg van het leren hoe je moet leren en communiceren, wordt het brede scala van de intellectuele voordelen dat jongleren biedt, versterkt. Deze voordelen worden door aanhoudende oefening continu versterkt. Als het jongleren structureel is opgenomen in het lesprogramma van een leerling, dan is het leerproces cumulatief.

Lichamelijke voordelen
Jongleren, gebaseerd op fysieke activiteit, heeft voor leerlingen zowel brede als complexe fysiologische en psychologische voordelen. Tot de veelomvattende fysiologische effecten behoren coördinatie, tweehandigheid, lichamelijke conditie, balans, ritme, reflexen en psychomotorische vaardigheden. Aan de andere kant zijn er subtiele maar belangrijke psychologische effecten, met name activiteit van de linker- en rechterhersenhelft (bilateraliteit) en selectieve toename van de grijze hersenmassa.

Jongleren vereist en onderhoudt een zeker niveau van conditie en behendigheid met betrekking tot de beheersing van de materialen. De repetitieve bewegingen van het gooien, vangen, bewegen en tillen bouwen spieren op en zorgen ondertussen voor een cardio-vasculaire en pulmonale training. Jongleren is een alternatief voor conventionele sporten zoals ‘low-impact’ aerobics. Door de ritmische en energieke bewegingen worden de grote spieren dicht tegen het hoofd en het hart getraind en wordt het bloed naar de hersenen gepompt. Al snel ontwikkelt zich tweehandigheid dat direct voordeel oplevert bij fysieke activiteiten, vooral bij andere sporten. Voortdurende interactie met de jongleermaterialen verbetert de balans, timing en reflexen, met name de door de hersenen gecontroleerde coördinatie, wat resulteert in een beter lichamelijk bewustzijn. Psychomotorische vaardigheden met betrekking tot de grove en fijne motoriek verbeteren ook door het gebruik van jongleermaterialen.

De ontwikkeling van de hersenen door het jongleren resulteert in veel psychologische voordelen voor leerlingen, en wordt versterkt door bilaterale activiteit, waardoor beide zijden van de hersenen zich ontwikkelen en het creatieve en analytische potentieel wordt geactiveerd. Auteur Dave Finnigan belicht dat tweehandigheid is inherent aan jongleren: Als mensen leren jongleren, gebruiken ze de linkerkant van hun hersenen, wanneer ze het kunnen, de rechterkant. Als ze een tijdje aan het jongleren zijn, zijn beide zijden van de hersenen actief. Doordat beide hersenhelften erbij betrokken zijn, doet jongleren een beroep op meerdere intelligenties, links en rechts, analytisch en creatief.

Een ander psychologisch voordeel van jongleren is het effect op de neuroplasticiteit, dat wil zeggen het vormen van de hersenen. Deze relatie is in een recent onderzoek onderzocht en in Nature gepubliceerd. Individuen die leerden jongleren, lieten in vergelijking met hun eigen eerdere hersenscans en die van een controlegroep, een tijdelijke en een selectieve structurele verandering zien in hersengebieden die worden gebruikt voor de verwerking en opslag van complexe visuele beweging.

Sociale voordelen
Een minder meetbaar, maar niet minder belangrijke voordeel is dat van sociale overwegingen. Jongleren heeft veel te bieden als een niet-discriminerende groepsactiviteit waaraan iedereen kan deelnemen. De integratie van jongleren in het schoolprogramma creëert een veilige, sociaal fysieke activiteit voor de leerlingen, dat vertrouwen, respect en groepsstabiliteit bevordert. Simpel gezegd, er zijn geen verliezers bij jongleeronderwijs.

Jongleren is een goed alternatief voor de gewoonlijk competitief ingestelde lichamelijke opvoeding en een positief model voor leren in samenwerkingsverband. Competitie is met jongleren mogelijk, direct en indirect door het gebruik van vaardigheden in andere sporten, alsmede door vergelijking met anderen en eigen behaalde resultaten in het verleden. In het algemeen is jongleren echter erg samenwerkingsgericht. Het creëert van een omgeving waar sociale vaardigheden zich kunnen ontwikkelen. Als leerlingen nieuwe vaardigheden leren, zijn ze in staat om deze vaardigheden aan anderen te leren. Leerlingen ontwikkelen dus communicatie en coöperatieve rollen tijdens groepsactiviteiten. Dit geeft sociale leerlingen een mogelijk om uit te blinken.

Andere leertypen – zoals het muzikale, ruimtelijke en kinesthetisch – zijn ook te bedienen met jongleeronderwijs Jongleren creëert een geweldig medium voor kinderen om verschillen te leren accepteren omdat het toegankelijk is voor alle leerlingen ongeacht leeftijd, geslacht, achtergrond, fysieke vaardigheid, conditie, ervaring of vaardigheid. Het voorziet in een gelijk speelveld en is een geschikte educatieve activiteit voor leerlingen met een handicap, gedragsproblemen en leerlingen die niet in teamsporten geïnteresseerd zijn.

Over ongemotiveerde leerlingen is gerapporteerd dat ze nieuwe vaardigheden aanleerden, zelfvertrouwen kregen en leerden om in teamverband te werken door het oefenen met de jongleermaterialen. Bovendien is jongleren in verband gebracht met verbeteringen bij leerproblemen zoals ADHD en Dyslexie.

Emotionele voordelen
Leerlingen ondervinden bij het jongleren aanzienlijke persoonlijke en emotionele voordelen, waaronder meer vertrouwen en zelfwaardering. Zelfvertrouwen en zelfrespect beïnvloeden alle prestatievelden van een leerling. Als gevolg van de verhoogde eigenwaarde verbeteren de prestaties in alle vakken, in wezen door het beïnvloeden van hun houding ten opzichte van schoolwerk.

Vertrouwen en waardering worden beïnvloed door de verwezenlijking en de feedback die met het jongleersucces gepaard gaan, vooral in de vorm van lof, applaus en de uiteindelijke interne voldoening voor de volgehouden inspanning. Verbetering van deze aspecten van het zelf scheppen van een ‘zichzelf versterkend systeem’ van beloonde inspanning, die vervolgens de inzet van leerlingen op al hun ondernemingen beïnvloedt.

Bij het leren van jongleren, moeten alle leerlingen van alle niveaus een proces van veel kleine foutjes doormaken, waaraan geen negatief stigma kleeft, alleen positieve bekrachtiging door middel van doorzettingsvermogen, samenwerken en prestatie. Bovendien kan men met jongleren blijven doorgaan, zonder coach, op eigen initiatief of met andere leerlingen, waardoor het onbeperkte scenario’s voor persoonlijke ontwikkeling biedt. Jongleren is een leuke activiteit, die direct van invloed is op het geluk van de leerlingen.

Conclusie
Jongleren biedt leerlingen, wanneer dat in het lesprogramma en buitenschoolse activiteiten wordt geïntegreerd, een uitgebreid scala aan voordelen en tastbare positieve effecten doordat alle inspanning tijdens het leerproces wordt beloond op onderwijskundig, fysiek, sociaal en persoonlijk vlak.

Jongleren helpt cognitieve vaardigheden ontwikkelen evenals waardering voor en prestaties op school. Het biedt ook fysiologische voordelen, zoals conditie, tweehandigheid, coördinatie en lichaamsbewustzijn. Psychologische voordelen zijn de bevordering van duale hersenactiviteit en anatomische ontwikkeling van specifieke hersengebieden. Jongleren is een maatschappelijk gelijkwaardig en goed alternatief voor de conventionele competitieve sporten voor alle leerlingen ongeacht hun achtergrond en ervaring. Het bevordert vertrouwen, respect, communicatie en samenwerking binnen en rond de groep. Jongleren heeft ook diverse positieve effecten bij leerlingen met leerstoornissen, gedragsproblemen of een lichamelijke handicap. Het stimuleert de persoonlijke en emotionele ontwikkeling door middel van toename van zelfvertrouwen en zelfrespect, zonder enig negatief stigma op falen. Nieuwe vaardigheden zijn cumulatief en worden continu versterkt door herhaaldelijke aanmoediging, waardoor leerlingen onvermijdelijk hun doel bereiken en slagen.

Deze voordelen vormen een sterke onderbouwing voor het opnemen van jongleren in het lesprogramma en de buitenschoolse activiteiten van scholen, naast de lange rij van reeds bestaande mogelijkheden voor lessen en lichamelijke opvoeding. Het gebruik van jongleermaterialen is nog grotendeels onontgonnen en er is ruimte voor verder onderzoek, met name naar de voordelen voor leervaardigheden, bij leerstoornissen en de bijbehorende verbeteringen in onderwijs prestaties. Niettemin biedt jongleren, zoals hierboven aangetoond, het onderwijs een culminatie van voordelen door middel van ontwikkeling, groei en vaardigheden, waar leerlingen waarschijnlijk hun leven lang iets aan hebben.

Auteur: Nic Seton

Bron: http://www.yoho.com.au/pdf/juggling_benefits.pdf