Jongleren en gezondheid

Over de werking van jongleren

Categorie Archieven: Management

Zen in de kunst van het jongleren

Hart, hoofd en handen in balans
Jongleren is meer dan het beheersen van indrukwekkende trucs. Wie samen met de hoofdpersonen van dit boek op zoek gaat naar de geheimen van de kunst van het jongleren, ontdekt dat het hier om belangrijker zaken gaat: namelijk om de vorming van de persoonlijkheid, het ontwikkelen van concentratie en opmerkzaamheid, om het verkrijgen van innerlijk evenwicht en het daardoor realiseren van een harmonische relatie tussen lichaam en geest. Dave Finningan vertelt in dit boek het fascinerende verhaal van een jongleur die op zoek gaat naar technische perfectie. Zijn zoektocht leidt hem naar de mysterieuze Chinese meester Huang, die leeft en werkt in een vervallen boeddhistisch klooster in de bergen van Taiwan. Daar leert hij, aan de hand van de vaardigheid van het jongleren, de speelse levenskunst van zen. Voor wie met de moeilijkheden van het leven wil leren jongleren als met gekleurde ballen, is Finnigan’s Zen in de kunst van het jongleren een uitstekende wegwijzer! Het laat zien hoe de opgewekte levenskunst van het verre Oosten het alledaagse leven van de moderne westerse mens kan veranderen in een speelse discipline.

Dave Finnegan studeerde sociologie aan de Cornell universiteit. Als middel tegen stress van zijn promotie-onderzoek leerde hij jongleren. Tot zijn grote verrassing veranderde deze discipline zijn hele levensinstelling. Tegenwoordig staat hij wereldwijd bekend als meester-jongleur die de kunst van het jongleren gebruikt als een weg tot zelfverwerkelijking. Meer dan een miljoen mensen leerden via zijn ‘Juggling for succes’ wat het betekent om voorbij je eigen mogelijkheden te denken en daar doelgericht en op een plezierige manier succes in te behalen.

Recensie
Zen is, in tegenstelling tot andere mystieke stelsels, nauw met het dagelijks bestaan verweven. Door het praktisch toepassen van zen wordt de mens zich bewust dat nadenken, overwegen en begrippen vormen het oorspronkelijke onbewuste versluieren en de weg naar geestelijke ontwikkeling blokkeren.
In dit boek gaat de auteur drie maanden op Taiwan in retraite bij een zenmonnik om de kunst van het jongleren te perfectioneren. Mede door meditatie, het zingen van mantras en de levenslessen van de zenmeester wordt het hem duidelijk dat het jongleren geen nuttig doel nastreeft, ook niet als esthetisch genoegen. Het jongleren beoogt het bewustzijn te trainen en gerichtheid op de werkelijkheid te ontwikkelen. Om een meester in het jongleren te worden moet een grens worden overschreden, waarbij de jongleur en zijn attributen tot één werkelijkheid versmelten.
Het boek leest als een spannend jongensboek. De auteur geeft in eenvoudige bewoordingen aan welke geestelijke groei hij heeft doorgemaakt. De schijnbaar ontoegankelijke zenmystiek wordt door hem op speelse wijze begrijpelijk gemaakt. Voor jongleurs zijn de ervaringen heel herkenbaar.
De voordelen van jongleren die Finnigan in andere artikelen heeft beschreven, komen ook een voor een in dit boek terug. Interessant is het laatste hoofdstuk waarin hij ingaat op de lessen en ervaringen die te maken hebben met de integratie van de linker- en de rechterhersenhelft. Wanneer beide helften goed samenwerken, ontstaat iets moois en is er ruimte voor persoonlijke groei.

Bron: http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/zen-in-de-kunst-van-het-jongleren/1001004006914468/index.html

Advertenties

Een verhandeling over jongleren en gezondheid

 “Ga met deze drie ballen jongleren en bel me in de ochtend …”
Zou u niet graag uw arts die woorden horen zeggen en het menen? Nou, blijkbaar is er veel meer te doen rond jongleren dan op het eerste gezicht lijkt. Hier en daar zijn onderzoekers dingen over onze hersenen en organen te weten gekomen die er op duiden dat jongleren een waardevolle bijdrage kan leveren aan een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Een Princeton onderzoeker, Les Fehme (zie Brain/Mind Bulletin vol. 8, nr. 9. 1983), stelt dat we onze algemene prestaties in het leven kunnen verbeteren door verbreding van onze focus. Jongleren is een uitstekende manier om dat te doen. Hij beweert dat de meeste mensen een smalle focus hebben en een gebrek aan bewustzijn van hun eigen lichamelijke sensaties en  emoties. Deze smalle focus kan zeer boeiend en nuttig zijn, zoals bij praten over de telefoon, het besturen van een motorfiets of het krijgen van een massage. Het is alsof er niets anders bestaat, behalve dat. Bij het leren jongleren kan de smalle focus worden gericht op een bepaalde bal of kegel.

Deze smalle focus stemt overeen met de opmerkingen dat we leven in een maatschappij die de dingen ziet als fragmenten in plaats van holistisch. Maar dingen veranderen. En heel misschien helpt jongleren om dat te veranderen.
In 1983 heeft een Canadese onderzoeker, Justine Sergent, van de McGill University in Montreal, bewijs gevonden dat het idee dat de linker hersenen analytisch en rechter hersenhelft holistisch is, ontkracht. In plaats daarvan tonen haar bevindingen aan dat de linker hersenhelft beter is in gedetailleerde verwerking (de smalle focus) en de rechterhersenhelft in grotere aspecten van de waarneming. De bevindingen tonen ook aan dat beide zijden van de hersenen analytisch en holistisch zijn. Deze studie geeft wellicht ook een verklaring voor het feit dat er meer rechtshandige mensen zijn, namelijk omdat we als maatschappij het leven en de dingen als fragmenten zien (een bal of kegel in plaats van een patroon).

Maar wanhoop niet. Een ‘opvallende’ ontdekking van Brenda Spiegler, een onderzoeker van het kinderziekenhuis in Washington (zie Brain/Mind Bulletin vol. 19, no. 6, 1984) toont aan dat linkshandigheid toeneemt. Niet alleen dat, maar volgens een test uitgevoerd op het Mount Union College in Alliance, Ohio (zie Perspective vol. 2, no. 4. 1980), scoorden de linkshandigen hoger op creativiteit dan rechtshandigen, ongeacht hun leeftijd. Het ging om vier aspecten van creativiteit: flexibiliteit, welbespraaktheid, originaliteit en detaillering.
Aangezien de rechter hersenhelft normaliter geassocieerd wordt met creativiteit, is elke activiteit die helpt bij het ontwaken van deze onderdrukte hersenhelft zeker welkom. Begin te jongleren! Wie durft te beweren dat jongleren geen gebruik van beide zijden van de hersenen maakt? Beide handen worden bij jongleren gebruikt, of niet?

Jongleurs leren in een smalle focus situatie. Herinner hoe de meeste mensen beginnen te lezen. Allereerst leren ze de letters (de bal of kegel) te herkennen. Dan leren ze het woord (het jongleerpatroon) te herkennen. Echter, zodra het basis jongleerpatroon (het woord) is geleerd, dan kan de focus verschuiven naar een hoger vaardigheidsniveau (de woorden worden een zin). Een voorbeeld hiervan is een jongleur op een rola-bola.
Als een volleerd jongleur een nieuw kunstje wil leren, moet de focus opnieuw smal zijn, de bal of kegel moet de aandacht krijgen (een linker hersenhelft activiteit). Net als een beginner, moet hij of zij zich richten op het gooien van een kegel met een dubbele spin vanuit de rechterhand voordat de linkerhand een kegel achter de rug langs kan gooien.

Jongleren, zoals het leven zelf, lijkt een paradox. Om te vangen moeten we niet reiken. Om het patroon te zien, moeten we niet naar de delen kijken. Om te leren moeten we afleren.
Afleren van wat? Stoppen met gewoonten. Stoppen en bewust worden wanneer iets lukt, maar in staat te zijn om te pauzeren wanneer je merkt dat niet goed gaat. Dit cruciale moment van pauzeren is volgens Michael Gelb, auteur van Body Learning (zie Brain Mind Bulletin vol. 9, no. 3, 1984) wanneer een gedachte opkomt, en het zijn deze gedachten die onze oude gewoonten zullen doorbreken. We moeten ook anderen die bekwaam zijn, observeren. Beelden van excellentie zien er altijd gemakkelijk uit. “Experts laten wat ze doen er altijd eenvoudig uitzien,” zegt Gelb. Kijk vervolgens hoe het voelt om die taak te doen, te leren met je lichaam. Kunt u jongleren nadat je drie boeken over jongleren hebt gelezen? En na vijf of twintig?

Bij het mensen leren jongleren, leren ze sneller wanneer ze gevraagd worden om elke keer als ze iets verkeerd hebben gedaan, dat te vertellen. In het begin hebben ze geen besef van hun verkeerde bewegingen. Als ze die eenmaal herkennen, kunnen ze die elimineren.

Is het mogelijk dat ik meer van het jongleren maak dan het werkelijk inhoudt? In 1984 zond de Public Broadcasting System zond een serie van acht programma’s uit, getiteld “The Brain”. Op een bepaalde avond toonden ze hoe energie beweegt langs neuronen horizontaal van de achter- naar de voorkant van de hersenen voor het gezichtsvermogen. En energie beweegt van boven naar beneden, ofwel verticaal, voor beweging. Terwijl dit alles werd uitgelegd, was een jongleur gezien op het scherm. Ik vroeg me af waarom ze een jongleur gebruikten om deze delicate werking de hersenen te illustreren. Volgens Bonnie Benjamin, een woordvoerster van de producenten van de serie, werd de scène werd gebruikt om te illustreren waar twee paden in de hersenen samenkomen: zicht en beweging. George Page, verteller van de serie, zei het volgende: “Het aanleggen van paden is de kern van alle geleerde beweging. De hersenen moeten telkens weer experimenteren voordat het de beste route van de ene zenuwcel naar de andere kan ontdekken. Bij het uitvoeren van een handeling waarbij zicht belangrijk is, moeten twee systemen, zicht en beweging, uitvinden waar en hoe ze elkaar kruisen. Een voor een, verbinden de neuronen zich met elkaar. Een verbinding wordt verlengd. Spoedig is het een spoor en uiteindelijk een pad. Samenwerking tussen deze twee routes kan alleen worden bereikt door middel van herhaling.”

Daarom kan je alleen leren jongleren door te oefenen. De eenvoudigste beweging vereist een complex elektrisch/chemisch circuit in de hersenen. Onderzoek naar dit circuit wordt steeds een belangrijker onderdeel van de neurowetenschappen. Misschien zullen neurochirurgen op een dag een jongleur elektronisch aansluiten op een monitor en de activiteit van neuronen kunnen volgen die tijdens het jongleren heen en weer gaat tussen de twee hersenhelften… op de grootste van alle paden in de hersenen – het corpus callosum.

Oefenen lijkt het sleutelwoord in “deze jongleer kwestie”. Neurowetenschappen vertellen ons dat oefening de gewenste paden in de hersenen creëert of bouwt. Maar speelt er nog meer mee? Mogelijk. Morfogenetische velden. Morfische resonantie. Bijnaam: M-velden. Het is een theorie die wetenschappelijk is getest door dr. Rupert Sheldrake uit Engeland. In essentie zegt hij dat door het creëren van een fysiek pad in je hersenen niet alleen jijzelf een betere jongleur wordt, maar er ook voor zorgt dat anderen beter kunnen worden, via het  M-veld.

Maar we zijn een volk dat onszelf graag onder druk zet, zelfs als we weten dat het maar om een spelletje gaat. Hoe kunnen we dan leren jongleren, deze nieuwe informatie in ons opnemen, met minder stress? Nou, er zijn ten minste twee artsen die daar een mening of een gevoel over hebben. Op een conferentie in Chicago in 1983 met als titel “De genezende kracht van de lach en het spel” begon dr. Carl Simonton zijn lezing voor ongeveer 750 mensen met korte instructie hoe te jongleren. Vervolgens werden aan elke persoon drie marshmallows uitgedeeld. Op een teken vlogen 2250 marshmallows rond op zoek naar het M-veld patroon! Onnodig te zeggen dat dr Simonton een statement had gemaakt. Jongleren is leuk.

Dr. Steve Allen Jr. geeft workshops in stressmanagement. Hij gebruikt jongleren niet alleen als een belangrijke instrument voor stressverlaging, maar hij voegt eraan toe dat “er iets krachtigs in herhalende oefeningen zoals jongleren zit,” als ze betrekking hebben op de gezondheid. Bovendien, maakt Dr Allen gebruik van jongleren om stress te verminderen, omdat het de ‘creatieve kracht van dwaasheid’ naar boven brengt, die oorspronkelijk werd gedefinieerd als ‘gezegend, welvarend en gezond’. Toch, het belangrijkste punt van dr Allen voor zijn cliënten/patiënten is: “houdt het gewoon leuk … en speel!”

Er zullen altijd mensen zijn die een heel duidelijk doel willen of moeten hebben om te gaan jongleren voordat ze het uitproberen. Dus voor deze groep… rapporteert Healthwise magazine dat Dartmouth Medical School heeft aangetoond dat roeien de beste oefening is als het om maximale aerobe stimulatie gaat. De reden voor het onderzoek was om erachter te komen wat voor activiteiten oude mensen (85 jaar en ouder) zouden kunnen doen die bijgedragen aan een langere levensduur. Ze keken ook naar joggers en dirigenten. De conclusie die de schrijver uit het Dartmouth onderzoek trok, was dat “het verstandig zou zijn om elke dag armoefeningen uit te voeren en de muziek die we thuis beluisteren zelf te dirigeren.” Dus begin nu met jongleren; een armoefening, zoals er geen andere is.

Auteur: George Niedzialkowski  (zie www.juggling.org/jw/86/1/health.html)

De hersenen jongleren graag

Jongleren is een circuskunst. Echter, stelselmatig jongleren stelt ons in staat om onze hersenen te ontwikkelen, onze concentratie en coördinatie te verbeteren, en helpt ons om een goede lichaamshouding te behouden.

Elke keer als we thee drinken, onze schoenen aantrekken of de trap aflopen, staan we er niet bij stil hoe ingewikkeld de bewegingen die door ons lichaam worden uitgevoerd, zijn. We stellen alleen vragen over de precisie en perfectie van bewegingen wanneer we geweldige shows van kunstschaatsers, acrobaten of jongleurs bewonderen. Hun vaardigheden lijken onmogelijk voor gewone mensen, maar het blijkt dat vrijwel iedereen deze onder de knie kan krijgen. Bovendien toont neuropsychologisch onderzoek aan dat zulke schijnbaar rare en nutteloze vaardigheden zeer gunstig voor ons zijn.

Een ongewone ontdekking
Een team van wetenschappers van de Universiteit van Regensburg, onder leiding van Bogdan Draganski, heeft een experiment uitgevoerd waarvan de resultaten beroemd zijn geworden in de wereld van de neurowetenschappen. Onderzoekers verdeelden de proefpersonen in twee groepen. De eerste groep moest in een periode van drie maanden met drie ballen leren jongleren voor ten minste een minuut. De tweede groep onderging deze training niet. De onderzoekers hebben de hersenstructuren systematisch gescand met behulp van Magnetic Resonance Imaging (MRI) om beide groepen te vergelijken. Ze waren op zoek naar veranderingen in de grijze stof van de hersenen als gevolg van de regelmatige jongleer training. Na drie maanden zagen de onderzoekers bij de hersenen van de jongleergroep een significante toename van het volume van de grijze stof in de omgeving van de linker posterieure pariëtale cortex (gebied 3) en aan beide zijden van het midden-temporele deel van de hersenen (gebied 2). Deze gebieden zijn gespecialiseerd in onder andere de verwerking en het opslaan van informatie over hoe we voorwerpen waarnemen en anticiperen op hun beweging.

De resultaten van het experiment zijn om tenminste twee redenen interessant. Allereerst bewijst dit dat ontwikkeling van de hersenen mogelijk is, niet alleen tijdens onze kinderjaren, maar ook gedurende de latere fasen van ons leven. Ten tweede kan zich door zelfs schijnbaar zinloze oefeningen, zoals jongleren met drie ballen, hersenweefsel ontwikkelen op een soortgelijke wijze als gewichtheffen onze spieren ontwikkelt . Het is duidelijk dat deze waarnemingen van belang zijn voor de herstelmogelijkheden en de wederopbouw van beschadigd hersenweefsel tijdens tragische ongelukken of ziekten.

Rat race en hersen abracadabra
De resultaten van Draganski en zijn team bevestigen de bevindingen van eerder onderzoek naar samenhang tussen het gedrag van dieren en de ontwikkeling van hun hersenen. Marian Diamond van de Universiteit van Californië toonde aan dat ratten die in kooien vol met planken, trappen, en loopwielen leefden, een beter ontwikkeld netwerk van celverbindingen in de visuele cortex hebben dan ratten in lege kooien. Bovendien ontdekte Carl Cartman, een andere onderzoeker van de Universiteit van Californië, dat de hersenen van ratten die in loopwielen worden gehouden, een verhoogde hoeveelheid neurotrofinen produceren, dat zijn eiwitten die verantwoordelijk zijn voor de differentiatie en de groei van hersencellen en verbindingen tussen de neuronen. Deze resultaten suggereren dat de rijkdom van iemands ervaringen de ontwikkeling van iemands hersenen positief stimuleert.

De hersenarchitectuur van jongleren
In het experiment van Draganski zijn veranderingen waargenomen in die delen van de hersenen (de zogenaamde “geavanceerde perceptieve verwerking” gebieden) die verantwoordelijk zijn voor het opmerken van voorwerpen en het anticiperen van hun beweging. Een training van drie maanden stimuleerde de ontwikkeling van deze gebieden, die een nauwkeurige ‘beweging-ruimte’ kaart voor een bepaalde taak genereren. Echter, deze gebieden zijn verantwoordelijk voor slechts een fragment van de activiteit van de hersenen die nodig is voor jongleren. De extreme complexiteit van jongleren kan goed worden geïllustreerd met het aantal hersendelen dat bij jongleren betrokken is. Om de beweging van ballen in de lucht te coördineren, moeten onze hersenen de positie van de handen, het hoofd en het gehele lichaam plannen. Deze functies worden beheerd door de prefrontale cortex (gebied 1). Dit is de plaats waar het actieplan wordt gemaakt en waar het hele proces van jongleren wordt gecontroleerd. Dat is mogelijk dankzij een synthese van perceptieve gegevens (gebied 2) en informatie over de positie van het lichaam (gebied 3). Het totale plan voor de bewegingen wordt vervolgens doorgegeven aan de premotorische cortex (gebied 4). Tot de verantwoordelijkheden van dit gebied behoort ook de eerste fase van de verwerking van alle gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van een actie. Net als bij het piano spelen of het eten van een hamburger, is bij het in de lucht houden van drie ballen een complexe sequentie van bewegingen vereist. De coördinatie van deze reeks wordt beheerd door de zogenaamde aanvullende motorische cortex (gebied 5). Dan is de “goede jongleur” aan de beurt, dat is de motor cortex (gebied 6). Dankzij dit deel van de hersenen is de hele truc is mogelijk. Ook wordt een belangrijke rol in het hele proces ingenomen door de basale ganglia (gebied 7) en de kleine hersenen (gebied 8). De basale ganglia zijn voornamelijk verantwoordelijk voor het creëren van de opeenvolging van jongleerbewegingen, terwijl het cerebellum ons toelaat om onze balans te houden tijdens het jongleren, onze oogbewegingen te controleren, de volgorde van de bewegingen te programmeren en routine te brengen in de oorspronkelijk veeleisende en zeer complexe werking van het jongleren. Als de kleine hersenen zijn beschadigd dat kan een aanzienlijke vertraging bij het vangen van de ballen worden waargenomen. Dat heeft te maken met moeilijkheden bij het verplaatsen van de aandacht van de ogen van de ene bal naar de andere. De resterende delen van deze hersenpuzzel worden ingevuld door de hersenstam (gebied 9) en het ruggenmerg (gebied 10). Deze gebieden zijn verantwoordelijk voor het aansturen van de spieren die deelnemen aan het jongleren, de spierspanning en een juiste houding.

 Jongleren is voor iedereen
Psychologisch onderzoek ondersteunt de stelling dat jongleren gunstig is voor de hand-oog coördinatie, het gevoel voor ritme, de reflexen, het evenwichtsgevoel en een goede houding van het lichaam. Daarom is het niet verwonderlijk dat psychologen steeds vaker jongleren aanbevelen als een behandeling bij vele stoornissen. Bijvoorbeeld het Centre for Dyslexia, Dyspraxia and Attention Disorder (DDAT) in Kenilworth (Engeland), heeft in haar therapieën verschillende oefeningen opgenomen, zoals het vangen van ballen, jongleren en het balanceren op de rola-bola (een plank op een buis). Onderzoek uitgevoerd door Carole Smith suggereert dat jongleren – en de daaruit voortvloeiende verbeteringen in de hand-oog coördinatie – bijdragen aan de ontwikkeling van lees- en schrijfvaardigheid.

Ook veel leraren in Polen zijn overtuigd van de positieve effecten van jongleren. Zij moedigen kinderen aan om mee te doen aan verschillende ongebruikelijke activiteiten, die in het algemeen als circus pedagogie worden bestempeld. Door het leren van jongleren, acrobatische stunts, clownerie en pantomime, worden kinderen bewust van hun lichaam, worden ze de opeenvolging van complexe bewegingen meester en trainen ze hun concentratie.

Jongleren wordt nog steeds populairder onder volwassenen die in persoonlijke ontwikkeling geïnteresseerd zijn. Sinds het begin van de jaren 1980 worden managers en werknemers van bedrijven geleerd te jongleren tijdens bijeenkosten en workshops die gewijd zijn aan persoonlijke ontwikkeling, time management en projectmatig werken. In vele organisaties, zoals Bell Labs, Microsoft, Apple Corporation of Massachusetts Institute of Technology, zijn er actieve jongleer clubs. Steeds meer en vaker worden jongleer vaardigheden als vereiste gezien voor leidinggevend personeel. Het is ook vermeldenswaardig dat het werkwoord “jongleren” ook het vermogen om tegelijk met verschillende problemen om te gaan, kan betekenen. Het gooien van ballen kan dan ook als een prachtige metafoor gezien worden voor het realiseren van verschillende projecten tegelijk. Net zoals het toevoegen van een extra bal vraagt om een totale reorganisatie van het bewegingsverloop, dwingt de invoering van nieuwe taken ons op een vergelijkbare manier om het huidige plan van aanpak aan te passen.

Jongleren bleek ook een succesvolle manier om het stressniveau te verlagen. Jongleren introduceert een ontspannen staat van concentratie, waarin lichaam en geest op hetzelfde moment actief en in rust zijn. Een toenemend aantal artsen en therapeuten erkent de therapeutische waarde van jongleren. Carl Simonton, een arts en psycholoog, introduceerde jongleren bij patiënten in een van de ziekenhuizen in de VS als een manier om te ontspannen. Hij is van mening dat jongleren een goede therapie is om te voorkomen dat iemand zich met triviale zaken bezighoudt. Echter, bewustzijn van de gunstige gevolgen van het jongleren is niet genoeg om jongleren onderdeel te maken van onze dagelijkse activiteiten op school of werk. Afgezien van een goede leraar, duidelijke instructies, vastberadenheid, en een paar minuten vrije tijd, is het noodzakelijk om het vooroordeel te overwinnen dat jongleren alleen geschikt is voor straatgoochelaars en niet voor gewone mensen. Het is beter om dit vooroordeel te vervangen door een ander: een goed ontwikkeld stel hersenen, dat is te moeilijk voor mij. Je zult zien dat het veel gemakkelijker is om je van dit tweede vooroordeel te ontdoen. Veel succes bij je jongleer training!

Auteurs: Mirosław Urban, Paweł Fortuna, Piotr Markiewicz
Eerder gepubliceerd in Characters – Polish Psychological Magazine, 2005 nr. 5
Bron: http://benefits-of-juggling.blogspot.com