Jongleren en gezondheid

Over de werking van jongleren

Enkele aantekeningen bij jongleren

Jongleren leert ons geduld en laat ons zien dat we, als we maar volhouden, dingen kunnen doen waarvan we misschien eerst dachten dat die onmogelijk waren. Het doet ons ook geloven dat ogenschijnlijk onmogelijke dingen soms het resultaat van ons nogal gekanaliseerd denken. Het is een heerlijk levenselixer en een vreemde mix van geestelijke en lichamelijke inspanning. Het is een zeer positieve leerervaring. Hieronder doet Jonathan Hare van het Creative Science Centre in Brighton verslag van zijn ervaringen.

Een vriend vertelde me het volgende verhaal: een kleine jongen en zijn vader lopen een jongleerwinkel binnen en de jongen kijkt naar een van de aanwezigen die met vijf ballen aan het jongleren is. Hij is gefixeerd door het prachtige patroon. De vader fluistert in zijn oor “hoeveel ballen denk je dat hij jongleert, kun je ze tellen?” De jongen neemt even de tijd om te antwoorden en zegt: “Ik telde er twintig, maar ik denk dat ik dezelfde bal misschien twee keer heb geteld.”

Waarom jongleren?
Er zijn verschillende redenen om te jongleren. Een daarvan is om indruk te maken op je vrienden, een ander is om je concentratie te verhogen. Nog een andere is om de opwinding te voelen van het iets nieuws leren. Een andere is misschien om te ontspannen en de spanning te laten gaan. Er zijn tal van redenen om te jongleren. Persoonlijk vond ik het een zeer positieve ervaring, een grote impuls voor mijn zelfvertrouwen. Op school was ik nooit een sportieve jongen en toen ik drie ballen kreeg, twijfelde ik sterk of ik ooit met drie ballen zou kunnen jongleren. Maar ik was ervan overtuigd dat het met twee ballen zou lukken. Na twee dagen onophoudelijk oefenen met drie ballen was ik ineens, net als bij die wiskundige problemen die ontzettend moeilijk lijken, maar in een oogwenk veranderen in voor de hand liggende problemen, met drie ballen aan het jongleren. Die ervaring was geweldig. Misschien is het hetzelfde soort gevoel als van een peuter die zijn of haar eerste echte stappen zet!

Hoe lang duurt het?
Het kostte me ongeveer een week om met drie ballen goed door te jongleren. Vier ballen kostte me ongeveer twee maanden, terwijl vijf ballen me ongeveer drie jaar kostte (door ongeveer een uur per dag te oefenen). Met zes ballen heb ik vier jaar lang geoefend, maar toen ging het niet veel beter dan toen ik begon! Iemand heeft geschat dat de moeilijkheidsgraad met elke bal die aan een patroon wordt toegevoegd, misschien wel 10 keer zo groot wordt. Het is beetje ontmoedigend, maar tegelijkertijd krijg je onmiddellijk feedback over hoe goed je het doet en dat is een prachtige beloning.

Hoe jongleer je?
De geest is een prachtige patroonherkenner. Ze slaagt er bijvoorbeeld in om de taal te leren als we nog erg jong zijn, ogenschijnlijk uit het niets! Om goed te jongleren is het, vooral in het begin, het beste om het patroonherkenningsysteem uit te zetten, terwijl je je hele leven (op de basisschool, de hogeschool en/of universiteit) hebt geleerd om dat aan te zetten! Met andere woorden, mensen die heel goed zijn in het analyseren en nadenken over problemen, zijn in het eerste stadium van jongleren meestal erg slecht als ze met hun geest proberen ‘uit te vinden hoe het werkt’.

Verslaafd aan het ritme – Eureka!
De beste manier om te leren jongleren is om het gewoon te proberen en het ritme te voelen in de armen en handen dat nodig is om de ballen op de juiste manier te laten bewegen. Kijk naar een jongleur en probeer om het ritme te visualiseren/voelen en niet het patroon van de ballen. Mijn geest is niet snel genoeg om het patroon van de ballen te visualiseren, zeg vijf ballen, maar ik kan wel goed met vijf jongleren! Dat komt omdat ik het ritme heb geleerd en eigen heb gemaakt. Het heeft lang geduurd voordat ik dat realiseerde, maar het heeft me echt geholpen. Ik heb ooit iemand jongleren geleerd die zwoer dat hij nooit in staat zou zijn om dat doen. Ik zette muziek op en liet hem op het ritme van de muziek zijn knieën buigen, hierdoor bewogen zijn armen op het ritme mee en was hij vrijwel meteen aan het jongleren. Het was prachtig om te zien. Het is een magisch moment wanneer het jongleren voor het eerst lukt. Het is bijna alsof de ballen vanzelf gaan! Het is een van die ‘eureka’ momenten.

Met drie ballen jongleren
Laten we drie ballen nemen. Plaats twee ballen in je dominante hand (de rechterhand als je rechtshandig bent) en de andere bal in de andere hand. Gooi een van de twee in de lucht, in een boog van ongeveer meter hoog in de richting van je andere hand. Maak je geen zorgen over hoe goed die gooi was, je moet gewoon wennen aan het doen. Gooi dan, als je hierover tevreden bent, nog een keer, maar gooi nu, als de eerste bal net het hoogste punt is gepasseerd en naar beneden komt, de andere bal vanuit de andere hand. Gooi deze bal in een soortgelijke boog onder de eerste door, maar duidelijk in de richting van de andere hand die de eerste bal gooide. Probeer de verleiding te weerstaan om de tweede bal aan de andere hand door te geven (dat is soms verbazingwekkend moeilijk!). En gooi, wanneer de tweede bal naar beneden komt, de laatste bal, die nog in de eerste hand zit. Maak je geen zorgen over het vangen van de ballen, wen eerst aan het patroon en ritme.
Nadat je alle drie ballen hebt gegooid zou je het geluk kunnen hebben dat je ze allemaal hebt gevangen, in dat geval heb je de ballen ‘geflashed’ en een compleet rondje gemaakt. Als je geen enkele bal hebt gevangen, dan liggen de drie ballen op de vloer en dat is normaal– eerlijk gezegd. Het volgende wat je moet doen, is gewoon blijven oefenen (maar waarschijnlijk niet zo lang als je verwacht). Als je de ballen kunt vangen, stop dan niet bij drie worpen, maar gooi meteen door in het patroon en blijf doorgaan zolang als je kan. Je zult merken dat de ballen en de handen, door een wonder, op de juiste plaats en het juiste moment zijn! Maar alleen als je er niet (te veel) over nadenkt en in staat bent om het ritme te vinden.

Waar moet je naar kijken?
Naarmate je vordert, zul je je realiseren dat de ogen eigenlijk alleen nodig zijn om te zien waar de ballen hun hoogste punt bereiken tijdens de vlucht. Het maakt niet uit waar de ballen de rest van de tijd zijn, omdat de hersenen en handen dat op de een of andere manier weten. Als je je ogen sluit of snel knippert tussen de ballen hun top bereiken, kun je nog steeds goed jongleren.

Soorten patronen
Het patroon van de ballen is afhankelijk van iemands vaardigheid en het aantal ballen. Bij een oneven aantal (d.w.z. 3, 5 en 7) kruisen de ballen heel natuurlijk van de ene hand naar de andere. Bij een even aantal (d.w.z. 2, 4 en 6) blijven de ballen meestal in dezelfde hand hetzelfde patroon herhalen, zonder te kruisen. Zo wordt bij vier ballen eigenlijk met twee ballen in elke hand gejongleerd. Het is mogelijk om met vier ballen zo te jongleren dat ze kruisen, maar dat lijkt meer op jongleren met vijf ballen waarbij een bal ontbreekt. Ik kan dit nu doen, maar het heeft me tijden gekost om a) te geloven dat het mogelijk was en b) om het goed te doen. Nu ik het kan, weet ik niet meer waar al die ophef over was, maar dat is een rare normaliteit in de wereld van het jongleren. Omdat jongleren met meer ballen steeds moeilijker wordt, zijn er vele tientallen patronen met 3 en 4 ballen mogelijk, en veel minder met 5 ballen. Met 7 en 9 ballen jongleren is zo moeilijk, dat het al heel wat is als je het meest ‘eenvoudige’ patroon onder de knie krijgt.

Een paar opmerkingen over coördinatie en leren Het lijkt logisch dat jongleren goed is voor de coördinatie. Tijdens mijn schooltijd had ik veel problemen met lezen en schrijven. Ik ging naar een onderwijskundige en die zei dat ik moeite had met spellen (een geweldige waarneming – niet). Hij liet me verscheidene testen doen en een daarvan was zeer eenvoudig. Hij droeg mij op een stuk papier op te rollen en dit te gebruiken om uit het raam kijken. Hieruit blijkt onbewust welk van de ogen dominant is, omdat je automatisch met dit oog door de buis kijkt. We hebben allemaal de neiging om het ene oog meer dan het andere te gebruiken wanneer we in eerste instantie naar dingen kijken. Kennelijk gebruikte ik het ‘verkeerde’ oog in relatie tot mijn voorkeurshand en hij vertelde me dat dit de oorzaak van mijn coördinatie problemen kon zijn. En dat dit ook de oorzaak van mijn lees- en schrijfproblemen kon zijn. Toen begreep ik pas waarom ik nooit een snooker keu goed kon richten en waarom ik op een kermis nooit het vizier van een geweer kon gebruiken! Vreemd genoeg ben ik erin geslaagd om toch redelijk goed te jongleren; één keer heb ik mijzelf afgeholpen van het geloof dat ik het niet kon. Hoe kwam dat? Voor het antwoord moeten we terug naar de ‘ritme theorie’. Ik denk dat het belangrijkste bij jongleren is a) te geloven dat je het kunt en b) de capaciteit van de geest uit te breiden om spontaan het ritme te vinden om het probleem te kraken. Wanneer de geest dit op een zeer logische en analytische manier probeert te doen, raakt het helemaal in de war. Dit komt ook ten dele doordat de tijd als we diep nadenken, sneller lijkt te gaan dan wanneer we ontspannen zijn. Dus verlies je door deze verandering van mentale tijdsregistratie teveel tijd wanneer je probeert om al die worpen te bedenken, en dan wordt het jongleren steeds moeilijker. Met andere woorden, de bal heeft al bewogen op het moment dat je bedacht hebt waar die naar toe zou moeten!

De toekomst
Ons onderwijs is zeer sterk gebaseerd op analytische leermethoden. Bij sport en drama maken we misschien gebruik van dit ‘ritme’, maar nauwelijks bij natuur- of aardrijkskunde. Als we op een of andere manier van dit ritme in het wetenschappelijk onderwijs gebruik kunnen maken, wie weet wat we dan kunnen bereiken. Het kan zijn dat mensen die van nature goed zijn in een bepaald onderwerp, van dit inherente ritme gebruik maken. Misschien zijn ze op een of andere manier op het onderwerp afgestemd, het inspireert hen op een zodanige wijze dat ze het onderwerp ‘aanvoelen’ en het dus beter doen dan degenen die dat niet kunnen. Ik denk dat dit ons slechts één manier toont waardoor het onderwijs in de toekomst kan veranderen en verbeteren.

Bron http://www.creative-science.org.uk/juggle.html

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: